logo

 Onderzoek         Contact  FAQ

Metabool syndroom

Het metabool syndroom is een chronische stofwisselingsstoornis. Belangrijke symptomen zijn onder andere insulineresistentie, glucose-intolerantie, hyperinsulinemie, hoge bloeddruk en dyslipidemie. Het syndroom wordt geassocieerd met diabetes type 2.

U vindt onder andere informatie over: criteria die worden gebruikt bij het stellen van de diagnose.

Feiten

  • Er is sprake van het metabool syndroom als tenminste drie van de vijf risicofactoren voor hart- en vaatziekten aanwezig zijn
  • Die vijf risicofactoren zijn abdominale obesitas, hoge bloeddruk, een laag HDL-cholesterolgehalte en een verhoogd glucose- en/of trigyceridengehalte in het bloed
  • Het metabool syndroom verhoogt het risico op diabetes type 2 en hart- en vaatziekten
  • Bij een derde van de mannen en een kwart van de vrouwen (30-70 jaar) in Nederland is sprake van het metabool syndroom

Vraag en antwoord

Hoe ontstaat het metabool syndroom?

Er is nog veel onduidelijkheid over het ontstaan van het metabool syndroom. In de etiologie van het syndroom wordt een centrale rol toebedeeld aan insulineresistentie. Over het algemeen ontstaan de symptomen door een combinatie van factoren, zoals een ongezond voedingspatroon en te weinig fysieke activiteit. Ook leeftijd en genetica spelen een rol.

Het lichaam heeft maar beperkte mogelijkheden om koolhydraten (in de vorm van glycogeen) op te slaan. Bij overmatige inname van koolhydraten ontstaat er een verhoogde aanmaak van (verzadigde) vetzuren in de lever als de opslagcapaciteit van glycogeen al is benut en er onvoldoende glucose door het lichaam wordt gebruikt. Dit kan leiden tot verhoogde triglyceridengehaltes in het bloed en tot stapeling van het abdominale vet. Te weinig bewegen werkt die situatie in de hand. Overgewicht (BMI >25), obesitas (BMI >30) en lichamelijke inactiviteit zijn vaak de oorzaak van het metabool syndroom.

Meer informatie:
Acheson KJ, Schutz Y, Bessard T, Anatharaman K, Flatt J-P, Jéquier E, Glycogen storage capacity and the novo lipogenesis during massive carbohydrate overfeeding in man. American Journal of Clinical Nutrition 48 (1988) 240-247

Zie ook onze position paper Metabool Syndroom (2013).

lees verder »

Wanneer is de diagnose metabool syndroom?

Abdominale obesitas, hoge bloeddruk, een laag HDL-cholesterolgehalte, een verhoogd glucose- en/of trigyceridengehalte in het bloed zijn risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Als bij iemand ten minste drie van deze vijf risicofactoren zijn vastgesteld is sprake van het metabool syndroom.

In het RIVM-project 'Nederland de Maat Genomen' zijn 4500 personen uit de algemene bevolking onderzocht (2009 en 2010). Daaruit blijkt dat in Nederland 60% van de mannen tussen de 30 en 70 jaar te zwaar (BMI >25) is. Bij 13% van hen is zelfs sprake van obesitas (BMI >30). Van de vrouwen in deze leeftijdsgroep is 44% te zwaar, bij 14% is sprake van obesitas. Abdominale obesitas komt voor bij 27% van de mannen (buikomvang >102 cm) en 39% van de vrouwen (buikomvang >88 cm). In de onderzochte leeftijdsgroep komt het metabool syndroom voor bij 34% van de mannen en 24% van de vrouwen. Mensen met het metabool syndroom hebben een 3-4 maal grotere kans op diabetes type 2 en een 2-3 maal grotere kans op hart- en vaatziekten.

Meer informatie:
RIVM. Nederland de Maat Genomen, 2009-2010. Monitoring van risicofactoren in de algemene bevolking. RIVM Rapport 260152001/2011

Zie ook onze position paper Metabool Syndroom (2013).

lees verder »

Wat zijn de criteria van de vijf risicofactoren?

De criteria zijn: verhoogde nuchtere bloedglucosewaarden (mannen en vrouwen ≥ 6,1 mmol/l, en/of medicatie), verhoogde bloeddruk (mannen en vrouwen ≥ 130/85 mm Hg en/of medicatie), laag HDL-cholesterolgehalte (mannen ≤ 1,04 mmmol/l; vrouwen ≤ 1,29 mmol/l), verhoogde serumtriglyceriden (mannen en vrouwen ≥ 1,7 mmol/l) en verhoogde buikomvang (mannen > 102 cm; vrouwen > 88 cm). Naast de vijf risicofactoren zijn nog twee met elkaar samenhangende afwijkingen kenmerkend voor het metabool syndroom. Dat is een proinflammatoire status (verhoogde CRP-waarden 'C-reactief proteïne') en een prothrombotische status (verhoogde fibrionogeen en PAI-1 waarden 'physical activity level').

Meer informatie:
RIVM. Nederland de Maat Genomen, 2009-2010. Monitoring van risicofactoren in de algemene bevolking. RIVM Rapport 260152001/2011

Grundy SM, Brewer Jr HB, Cleeman JI, Smith jr SC, Lenfant C, Report of the National Heart, Lung and Blood Institute/American Heart Association Conference on Scientific Issues related to definition; Adult Treatment Panel III Report of the National Cholesterol Education Program; Definition of the Metabolic Syndrome. Circulation 109 (2004) 433-438

Zie ook onze position paper Metabool Syndroom (2013).

lees verder »

Is insulineresistentie mede verantwoordelijk voor het metabool syndroom?

Insulineresistentie – de verminderde gevoeligheid voor het hormoon insuline – lijkt een belangrijke centrale factor te zijn voor het metabool syndroom. Het wordt ook wel het insulineresistentie syndroom genoemd. De WHO definieert het metabool syndroom als een aandoening waarbij ten minste sprake is van insulineresistentie of verlaagde glucoseintolerantie, alsook minimaal twee van de andere genoemde symptomen.

Diabetes type 2 (de niet-insuline afhankelijke vorm van diabetes mellitus) wordt in het beginstadium gekenmerkt door insulineresistentie, vaak in combinatie met compensatoire hyperinsulinaemie. Dit houdt in dat de alvleesklier probeert de progressieve stijging van de bloedglucoseconcentratie af te remmen door meer insuline af te geven. Dit is met name zichtbaar na een koolhydraatrijke maaltijd en bij de toepassing van de orale glucosetolerantietest. Die test wordt gebruikt voor de diagnoses glucoseintolerantie, insulineresistentie en diabetes type 2.

Bij insulineresistentie zijn de lichaamscellen minder gevoelig voor insuline. Insuline is nodig om glucose uit het bloed op te nemen in insulinegevoelige cellen zoals spiercellen. In de cel wordt glucose vervolgens geoxideerd of opgeslagen als glycogeen. Door afname van het aantal insulinereceptoren of verminderde gevoeligheid van de receptoren neemt het bloedglucosegehalte toe.

Meer informatie:
Balkau B, Charles MA, Drivsholm T, Borch-Johnsen K, Wareham N, Yudkin JS, Morris R, Zavaroni I, van Dam R, Feskens E, Gabriel R, Diet M, Nilsson P, Hedblad B; European Group for the Study of Insulin Resistance (EGIR). Frequency of the WHO metabolic syndrome in European cohorts, and an alternative definition of an insulin resistance syndrome. Diabetes and Metabolism 28 (2002) 364-376

Zie ook onze position paper Metabool Syndroom (2013).

lees verder »

Is het metabool syndroom te voorkomen?

Om het metabool syndroom te voorkomen is het belangrijk een gezond gewicht en voldoende lichamelijke activiteit te handhaven of te bereiken. Naast (ernstig) overgewicht en te weinig bewegen kunnen ook erfelijke factoren de oorzaak zijn van het syndroom. Het algemene advies is de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad te volgen en voldoende te bewegen, conform het Nederlands Instituut voor Sport & Bewegen. Voor mensen met diabetes zijn de voedingsadviezen van de Nederlandse Diabetes Federatie nuttig.

Meer informatie:
Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015.

Nederlands Instituut voor Sport & Bewegen. Beweegnormen.

Nederlandse Diabetes Federatie. Voedingsrichtlijn diabetes 2015.

Zie ook onze position paper Metabool Syndroom (2013).

lees verder »

Afdrukken

Bekijk position paper: Metabool syndroom

Rol van suiker

  • Insulineresistentie lijkt een belangrijke centrale factor te zijn van het metabool syndroom
  • Suiker verhoogt - net als andere verteerbare koolhydraten - de postprandiale bloedglucosespiegel en daarmee de vraag naar insuline
  • Het bloedglucoseverhogende effect van suiker (sacharose) is lager (Glykemische Index = ~68) dan dat van glucose (Glykemische Index = 100) omdat het voor 50 procent bestaat uit fructose (en 50 procent glucose)
  • De Gezondheidsraad adviseert om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken

Nieuwsbrief: suiker in perspectief

sip43-2

Hier de tweede editie van nummer 43 van ‘Suiker in perspectief’. Nieuw in dit nummer de resultaten van de lang verwachte vijfde Voedselconsumptiepeiling (2012-2016). Het opvallendste resultaat: Nederlanders eten iets gezonder. Maar hoe zit het met de consumptie van koolhydraten en suikers? Zijn we er meer of minder van gaan eten? Lees het antwoord op deze vragen in deze tweede editie! En verder nieuw in dit nummer zijn de reacties van drie diëtisten op de resultaten van de Voedselconsumptiepeiling en de publicatie van het Nationaal Preventieakkoord, dat staatsecretaris Paul Blokhuis op vrijdag 23 november ondertekende. Veel leesplezier.

Nieuwe Infokicks: informatieve filmpjes over suiker

Maakt suiker nu dik of niet? Is suiker verslavend? En waarom zit er eigenlijk suiker in voedingsmiddelen? Om uitleg en antwoord te geven op dergelijke vragen heeft Kenniscentrum suiker & voeding in samenwerking met wetenschappers op dit gebied een vijftal informatieve filmpjes gemaakt.

Bekijk alle infokicks

Informatiemap

informatiemapBent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar een update van (delen van) de inhoud.

Vraag gratis aan

deel deze pagina