logo KSV groot transparant

 Onderzoek         Contact  FAQ

“Wetenschappelijk bewijs gevonden voor positieve effecten van suiker tijdens stress.”

thumb 519Elke drie jaar onderzoekt prof.dr. G.J. Truin, hoogleraar preventieve en curatieve tandheelkunde aan de Universiteit van Nijmegen de prevalentie van tandcariës bij schoolkinderen in Den Haag.

519Bio-psychologisch onderzoek vormt het werkterrein van dr. Rob Markus, universitair docent en onderzoeker bij de capaciteitsgroep Experimentele Psychologie aan de Universiteit van Maastricht. Markus is met name geïnteresseerd in de interactie van biologie en psychologie bij het ontstaan van stoornissen als depressie, stress en voedingsgerelateerde psychopathologie. Vanwege zijn expertise op dit vlak heeft Suikerstichting Nederland Rob Markus benaderd voor een studie naar het effect van suiker op prestatie tijdens stress. Dat effect is er zeker, hoe klein ook…

Dr. Rob Markus is sinds 2002 werkzaam binnen Experimentele Psychologie. Een interessant vakgebied met veel verschillende invalshoeken. De vraag hoe bepaalde processen in het brein betrokken zijn bij stress en depressie en beïnvloed kunnen worden aan de hand van voeding en pharmaca, staat in zijn onderzoeken centraal. Hierbij maakt hij ook veelvuldig gebruik van dieetmanipulaties, met een hoofdrol voor koolhydraten (w.o. suikers) en eiwitten.

U heeft voor dit project onderzoek gedaan naar het effect van koolhydraten op tryptophaan beschikbaarheid in de hersenen en op gedrag (stemming) onder stress. Wat was voor u de belangrijkste aanleiding om dit onderzoek te doen?

“Die aanleiding was eigenlijk heel simpel. Er was nog geen onderzoek gedaan naar het effect van koolhydraten tijdens stress. Onderzoeken naar de effecten van koolhydraten vóór en nà stress waren er al veel langer, maar deze opzet was nieuw. Om stressmomenten te kunnen bewerkstelligen maakten we gebruik van de zogeheten cold pressor tests. De bijna 40 proefpersonen ondergingen een baseline test i.e. nulmeting en werden nadien op twee opeenvolgende dagen onderworpen aan de cold pressor tests. Het tijdstip van de test lag twee uur na het nuttigen van een zo op het oog nietszeggend vruchtendrankje. De ene dag was het drankje een suikerdrankje en de andere dag een placebo-drankje. We hadden de proefpersonen niets verteld over de achtergronden van het onderzoek en ze wisten eigenlijk alleen dat er stressvolle taken op de pc uitgevoerd zouden moeten worden. De niet-voorkeurshand zou daarbij telkens na een signaal via de pc zo lang mogelijk (maximaal 1 minuut) in een bak met ijskoud water (2 graden Celsius) gedompeld moeten worden. De cold pressor test duurde per keer zo’n veertig minuten met 8 à 10 signalen met intervals van 1 tot 4 minuten. De herhaling en de oncontroleerbaarheid van de opdracht maakte het voor de proefpersonen tot een zeer stressvolle ervaring. Door met een wattenstaafje speeksel af te nemen konden we inderdaad een verandering in de waarden van het stresshormoon cortisol waarnemen. Globaal gezien waren de proefpersonen met het suikerdrankje minder ontstemd tijdens de stress-prestatietaak en maakten ze minder fouten. Men kan concluderen dat de proefpersonen dank zij de suikers minder negatieve gevolgen van stress op hun gedrag ondervonden. Heel vrij vertaald: suikers laten je beter presteren onder stress. ”

Het onderzoek is uitgevoerd met dranken op basis van glucose. Zijn bij verschillende typen koolhydraten verschillende effecten tijdens stress te verwachten, ofwel maakt het iets uit of je saccharose of glucose gebruikt?

“Heb je het over verschillende typen koolhydraten en verschillende effect, dan kom je al gauw bij de Glycemische Index (GI). Benton, die sowieso beter thuis is in de GI dan ik, zegt dat de opnamesnelheid inderdaad iets kan uitmaken. De GI is karakteristiek voor hoe mensen zich voelen, 20 minuten na de inname van koolhydraten. De ratio van tryptophaan, en dus het effect van suiker tijdens stress, heeft hier echter niets mee te maken. De TRP-ratio is namelijk minder gevoelig voor opnamesnelheid.”

Er bestaan verschillende theorieën over het mechanisme achter verbetering van de cognitieve prestatie door koolhydraten. Is de wetenschap met dit onderzoek een stapje dichterbij gekomen in het ontrafelen van dit mechanisme?

“Globaal gezien zijn er drie mogelijkheden waardoor voeding iets doet met gedrag. De eerste mogelijkheid is dat gedragsverandering ingezet wordt door glucose, de brandstof voor de hersenen. De tweede mogelijkheid ligt op het gebied van smaakbeleving en verwachting. Je moet dit zien dat wanneer je de verwachting hebt dat iets vies smaakt of dat iets lekker smaakt, dat iets doet met je gedrag. De derde mogelijkheid speelt zich af op het niveau van de neurotransmitters, stofjes in de hersenen. Voor ons onderzoek is het proces van belang dat glucose de insulineaanmaak bevordert. Dit verhoogt de tryptophaan-ratio in de bloedbaan en via een ingewikkeld proces de serotonine-spiegel in de hersenen met een gevoel van welbevinden tot gevolg. Persoonlijk denk ik dat ze alledrie een rol spelen maar dat mogelijkheid 3 het best overeind blijft staan. Mogelijkheid 1 en 2 zijn op zichzelf niet voldoende verklarend voor het effect van koolhydraten c.q. suikers onder stress. De studies die er zijn naar het effect van suiker op stress wijzen allemaal dezelfde kant op, namelijk dat je in bijzonder stressvolle situaties iets aan suiker zou kunnen hebben, generaliserend gesproken.”

Was u verrast door de uitkomsten van het onderzoek?

“Nee, als ik heel eerlijk ben niet. Het is eigenlijk een standaard representatie. Waar ik wel verrast door was, was de impact van de cold pressor taak op de cortisol-spiegel. We hebben de taak bij wijze van voorbereiding zelf ook ondergaan en zelfs als je weet wat er gaat komen, voel je de stresslevels door het extreem koude water omhoog schieten. Geloof me, het is echt een vervelend gevoel. Dat heeft ons aan het denken gezet over het perfectioneren van deze test – om in de toekomst betere en andere onderzoeken op te baseren. ”

En nu, staan de fabrikanten en producenten in de rij om uw uitkomsten te gaan toepassen in productontwikkeling en/of –marketing?

“Dat niet. Ik weet dat tryptophaan leeft onder producenten maar bij ons staan ze niet op de stoep. Een 20-40 % verhoging van tryptophaan kun je op natuurlijke wijze bewerkstelligen. Dus door voedingsmiddelen. Daarnaast heb je chemische middelen, zoals pillen, die een verhoging van 80% kunnen opleveren. En als je in een laboratoriumsituatie werkt zoals wij kun je zelfs op 260% verhoging uitkomen. Maar voor bijvoorbeeld een gezondheidsclaim op voedingsmiddelen is het door ons geconstateerde effect veel te klein. Je hebt weliswaar de wetenschap aan je zijde, maar de consument zal hier helemaal geen voordeel van hebben. Nog niet, wellicht in de toekomst wel.”

Noten

1) Markus CR, Effects of carbohydrates on brain tryptophan availability and stress performance, Elsevier Journal Biological Psychology 76 (2007) 83-90.
lees de samenvatting van "Effects of carbohydrates on brain tryptophan availability and stress performance" (pdf / 40 Kb)

Informatiemap nu digitaal beschikbaar!

informatiemapBent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar digitale updates van (delen van) de inhoud. Bekijk de complete informatiemap op www.suikerwetenschap.nl

 

Abonneer op updates

deel deze pagina