logo

 Onderzoek         Contact  FAQ

Reactie op “20 redenen om te minderen met suiker” - Vrouw magazine Telegraaf

Op zaterdag 2 juni 2018 verscheen in het Tijdschrift VROUW (zaterdagbijlage bij De Telegraaf) het artikel ’20 redenen om te minderen met suiker’.

Het artikel bevat veel onjuistheden. Wij hebben de juiste wetenschappelijke feiten voor u op een rij gezet.

1) Hartkwaal

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Er is geen duidelijk verband tussen de inname van suikers specifiek en het risico op hart- en vaatziekten aangetoond, aldus de onderzoekers van de European Food Safety Authority (EFSA), de European Heart Network (EHN) en de Scientific Advisory Committee on Nutrition (SACN). EFSA, de EHN en de SACN vinden dat er onvoldoende bewijs is voor de relatie tussen de inname van suikers (zoals glucose, fructose en sacharose) en hart- en vaatziekten.

Het verschil tussen suikerhoudende dranken en vaste producten is dat dranken met suiker minder lijken te verzadigen (het gevoel van “vol zitten”) dan vaste producten (denk aan een glas appelsap in vergelijking met een appel). Hierdoor leidt consumptie van suikerhoudende dranken gemakkelijker tot inname van te veel calorieën. Als men dit overschot aan calorieën niet compenseert met lichamelijke beweging, dan zal men aankomen in gewicht.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat suikers specifiek de kans op een hartkwaal verhogen. Met de inname van vloeibare calorieën uit suikerhoudende dranken moet men oppassen aangezien deze minder lijken te verzadigen dan ‘vaste’ calorieën. Als men de extra calorie-inname niet compenseert met lichamelijke beweging, dan zal men aankomen in gewicht.

Zie ook: Kenniscentrum suiker & voeding - overgewicht

Bronnen:
1) European Food Safety Authority. (2010). Scientific Opinion on Dietary Reference Values for carbohydrates and dietary fibre. EFSA Journal, 8: 1462.
2) European Heart Network. (2011). Diet, Physical Activity and Cardiovascular Disease Prevention.
3) Scientific Advisory Committee on Nutrition (SACN). (2015). Carbohydrates and Health.

2) Gedroogd fruit

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Toegevoegde suikers hebben dezelfde chemische structuur als van nature aanwezige suikers en worden op dezelfde manier in het lichaam verwerkt. Ook leveren de suikers in bijvoorbeeld gedroogd fruit, net als alle andere koolhydraten (waar suiker onder valt) 4 kilocalorieën per gram. Het lichaam maakt dus geen onderscheid.

Bronnen:
1) Keuringsdienst van waarde. (2018)

3) Emo-achtbaan

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Onderzoek laat zien dat glucose de stemming positief kan beïnvloeden tijdens het uitvoeren van een stressvolle taak. Suikers verhogen het serotonine- en dopamineniveau in de hersenen. Bij stress of ontstemming zou dat de stemming enigszins kunnen verbeteren. Glucose bevordert in het lichaam de aanmaak van insuline dat uiteindelijk (via een verhoogd tryptofaangehalte) de serotoninespiegel in het bloed verhoogt. Dit leidt tot een gevoel van welbevinden. Daarnaast wordt in gezonde mensen onder normale omstandigheden de bloedglucosespiegel strak gereguleerd door het lichaam. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat inname van suikers extreme schommelingen in de bloedglucosespiegel veroorzaakt bij gezonde mensen.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat suiker stemmingswisselingen veroorzaakt.

Bronnen:
1) Markus, C.R. (2007). Effects of carbohydrates on brain tryptophan availability and stress performance. Biological Psychology, 76(1-2): 83-90.
2) Zie ook: Kenniscentrum suiker & voeding - thema gedrag

4) Verlangen

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Het eten van veel suiker is gewoontegedrag dat is aangeleerd door conditionering van prikkels die met ‘houden van zoet’ te maken hebben, niet met suiker zelf. Suikerinname heeft niet met verslaving te maken. Bij verslaving is er onder andere sprake van tolerantie en ontwenningsverschijnselen wanneer de inname van de stof gestaakt wordt, en inname van steeds grotere hoeveelheden om hetzelfde effect te ervaren, specifiek voor het middel. Suiker komt niet voor op lijsten van middelen/stoffen die (potentieel) verslavend zijn. Te veel snoepen is dus gewoontegedrag dat is aangeleerd. Als je stopt met suiker eten krijg je geen (serieuze) ontwenningsverschijnselen. Bovenstaande wordt ook door Prof. dr. Rob Markus, bijzonder hoogleraar Neuropsychologie (Maastricht University) uitgelegd in een informatief filmpje over suiker en verslaving.

Er is een duidelijke relatie tussen koolhydraten en stemming. De inname van koolhydraten heeft inderdaad invloed op de serotoninespiegel in het bloed (via glucose  insuline  tryptofaan). Echter, de inname van koolhydraten verhoogt juist de serotoninespiegel in het bloed en het dopamineniveau in de hersenen (in tegenstelling tot wat er in het artikel wordt beweerd). Dit leidt tot een gevoel van welbevinden. Daarnaast zien we deze dopamineafgifte niet alleen na het eten van suiker: andere plezierige ervaringen zoals het luisteren naar mooie muziek of het winnen van een prijs resulteren ook in dopamineafgifte en het bijbehorende geluksgevoel.

Concluderend: Er is een duidelijke relatie tussen koolhydraten en stemming, dit gaat via een natuurlijk fysiologisch beloningssysteem. Suikerconsumptie heeft dus geen negatieve effecten op ‘onze geest’.

Bronnen:
1) NeuroFAST consensus opinion on food addiction. (2013)
2) http://www.kenniscentrumsuiker.nl/thema-s/verslaving

5) Hoofdbrekens

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Koolhydraten (dus ook suiker) worden in het lichaam omgezet in glucose en zijn een essentiële brandstof voor onze hersenen. EFSA schat dat iedereen vanaf 1 jaar en ouder 130 gram glucose per dag voor de hersenen nodig heeft. Het is niet mogelijk om resultaten uit dierstudies direct te vertalen naar mensen. Onderzoek bij mensen heeft aangetoond dat glucose een positief effect heeft op cognitieve processen zoals het geheugen en aandacht op de korte termijn. Ook fructose lijkt een positief effect te hebben op probleemoplossend vermogen bij mensen.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat suiker het leervermogen en geheugen bij mensen aantast.

Bronnen:
1) Smith, M.A., Riby, L.M., Eekelen, J.A. (2011). Glucose enhancement of human memory: a comprehensive research review of the glucose memory facilitation effect. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 35(3): 770-783.
2) Markus, C.R. (2007). Effects of carbohydrates on brain tryptophan availability and stress performance. Biological Psychology, 76(1-2): 83-90.
3) Boyle, N.B., Lawton, C.L., Dye, L. (2018). The effects of carbohydrates, in isolation and combined with caffeine, on cognitive performance and mood – current evidence and future directions. Nutrients. Nutrients, 10(2): 192-239.
4) Mourao, D., Bressan, J., Campbell, W. & Mattes, R. (2007). Effects of food form on appetite and energy intake in lean and obese young adults. International Journal of Obesity, 31: 1688-1695.
5) Martens, M., Lemmens, S., Born, J. & Westerterp-Plantenga, M. (2011). A solid high-protein meal evokes stronger hunger suppression than a liquefied high-protein meal. Obesity, 19: 522–527.
6) European Food Safety Authority. (2015). Scientific Opinion on the substantiation of a health claim related to glycaemic carbohydrates and contribution to normal cognitive function. EFSA journal, 13(2): 4027.

6) Buikvet

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Een onderzoek naar het verschil tussen een zoete en hartige smaak op verzadiging, liet zien dat ‘ad libitum’ (zonder restrictie) inname van zoete en hartige rijst hetzelfde was bij proefpersonen. Ook de mate van verzadiging verschilde niet tussen de twee maaltijden, die gelijke smakelijkheid, energiedichtheid en samenstelling van macronutriënten hadden. De proefpersonen die de zoete rijst gegeten hadden, waren net zo verzadigd als de personen die de hartige rijst gegeten hadden. De onderzoekers concludeerden dat een zoete smaak honger niet minder onderdrukt en trek niet meer stimuleert dan een hartige smaak, iets wat ze voorafgaand aan het experiment wel veronderstelden. Deze resultaten worden ondersteund door een studie van Rolls et al. (1991), waarin de inname van een hartig gerecht gelijk was aan die van een zoet gerecht, zowel als voor- en nagerecht, van gelijke energiedichtheid en smakelijkheid.

Daarnaast is er geen wetenschappelijk bewijs dat suiker specifiek vet rondom de buik veroorzaakt. Een voorbeeld uit de praktijk: wielrenners van de Tour de France hebben een enorm hoge inname aan suiker (i.e. dranken, gels, etc.), maar hebben een minimaal vetpercentage. Dit komt omdat ze de energie uit de suikers ook meteen weer verbranden. Bovenstaande wordt ook door Prof.dr.ir. Edith Feskens, hoogleraar Voeding en Gezondheid in de levenscyclus (Wageningen University) uitgelegd in een informatief filmpje over suiker en overgewicht.

Concluderend: Een zoete smaak is even verzadigend en stimuleert de trek niet meer dan een hartige smaak. Daarnaast is geen wetenschappelijk bewijs dat suiker een dikmaker is.

Bronnen:
1) Griffioen-Roose, S., Mars, M., Finlayson, G., Blundell, J.E., de Graaf, C. (2009.) Satiation due to equally palatable sweet and savory meals does not differ in normal weight young adults. The Journal of Nutrition, 139(11): 2093-2098.
2) Rolls, B.J., Laster, L.J., Summerfelt, A. (1991). Meal order reversal: effects of eating a sweet course first or last. Appetite, 16(2): 141-148.
3) Hall, K.D. & Guo, J. (2017). Obesity Energetics: Body Weight Regulation and the Effects of Diet Composition. Gastroenterology, 152: 1718–1727.
4) Te Morenga, L., Mallard, S., Mann, J. (2013). Dietary sugars and body weight: systematic review and meta-analyses of randomised controlled trials and cohort studies. British Medical Journal, 346: e7492.
5) Kenniscentrum suiker & voeding - lichaamsgewicht en macronutriënten.

7) Kwakkelen

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Er is geen onderzoek gepubliceerd naar het effect van suiker op het immuunsysteem.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat suiker het immuunsysteem aantast.

8) Overdosis

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Nederlanders consumeren inderdaad gemiddeld rond 122 gram totaal suiker per persoon per dag. Dit zijn suikers uit zowel producten zoals koek, gebak en frisdrank als uit brood, groente, fruit en melk. Het gaat hierbij dus niet alleen om toegevoegde suikers, maar ook om de suikers die van nature in bijvoorbeeld fruit, groente en melk zitten. In Nederland heeft de Gezondheidsraad (onafhankelijk adviesorgaan van de overheid) geen maximum gesteld aan de inname van (toegevoegde) suikers. Wel adviseert de Gezondheidsraad om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert om minder dan 10 energieprocent uit vrije suikers in te nemen. Deze richtlijn is gebaseerd op de relatie tussen suiker en tandcariës (niet op overgewicht of chronische ziekten). De WHO geeft in haar rapport zelf aan dat de bewijslast voor deze aanbeveling ‘matig’ tot ‘zeer laag’ van kwaliteit is. Vrije suikers zijn alle suikers die tijdens de productie en bereiding van voedingsmiddelen worden toegevoegd en die van nature aanwezig zijn in honing, siropen, fruitsappen en fruitconcentraten. Suikers uit groente, fruit en melk vallen niet onder de richtlijn. De richtlijn van de WHO zou dus vergeleken moeten worden met de huidige innamegegevens van vrije suikers. Nederlanders (mannen en vrouwen 7-69 jaar) consumeren gemiddeld 14 energieprocent uit vrije suikers, dit komt overeen met 74 gram per persoon per dag. Dit is slechts zo’n 20 gram (4 energieprocent) meer dan de richtlijn van de WHO, wat overeenkomt met circa 5 suikerklontjes. Nederlanders halen gemiddeld minder dan 1 energieprocent uit ‘ongemerkte suikers’. Dit komt neer op slechts 4 gram per dag (slechts 1 suikerklontje). De meeste suikers worden uit producten zoals frisdrank (24%), koek en gebak (16%) gehaald.

Concluderend: Bij het vergelijken van richtlijnen met consumptiegegevens is het belangrijk om goed te kijken naar het type suikers: totaal suikers, toegevoegde suikers of vrije suikers.

Bronnen:
1) Bloem, M.Z., Sluik, D., Feskens, E.J.M. (2017). Bijdrage van diverse productgroepen aan de inname van toegevoegde suikers in Nederland. Resultaten uit de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. Wageningen University.
2) Gezondheidsraad. (2015). Richtlijnen goede voeding 2015.
3) Sluik, D., Engelen, A., Feskens, E.J.M. (2013). Suikerconsumptie in Nederland. Resultaten uit de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. Wageningen University.
4) Sluik, D., Feskens, E.J.M. & Hartemink, R. (2016). Consumptie van ‘verborgen suikers’ in Nederland - Resultaten uit de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. Wageningen University.
5) Sluik, D., van Lee, L., Engelen, A.I. & Feskens E.J.M. (2016). Total, free and added sugar consumption and adherence to guidelines: The Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010. Nutrients, 8: 70-84.
6) World Health Organization. (2015). Guideline: Sugars intake for adults and children.

9) Dieronvriendelijk

Wat is er wetenschappelijk bekend?

In Nederland worden suikerbieten gebruikt voor de productie van suiker, niet suikerriet. Bij het verkrijgen van suiker uit suikerbieten wordt geen gebruik gemaakt van ontkleuringsmiddelen. Suiker is van nature wit. Suiker wordt uit reepjes suikerbieten gehaald met behulp van warm water. Het suikerwater wordt vervolgens gezuiverd met kalk en koolstofdioxide. Hierna wordt het suikerwater ingedikt door water te laten verdampen, het zogeheten diksap. Het diksap wordt verder ingedikt tot een dikke kristalbrij. Centrifuges scheiden de kristalbrij in suikerkristallen (kristalsuiker) en stroop.

Concluderend: aan de productie van suiker komen geen dierlijke producten te pas.

Voor meer informatie: Productieproces suiker

10) Vitamines

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Net als alle andere koolhydraten bevatten suikers 4 kilocalorieën per gram. Wanneer je nutriënten zoals zetmeel, eiwit en vet op zichzelf bekijkt bevatten deze ook geen vitamines en mineralen. Daarom is het belangrijk om in de eerste plaats naar voedingsmiddelen te kijken, deze bevatten vaak een combinatie van meerdere voedingsstoffen. Neem bijvoorbeeld groente, fruit en zuivel. In deze basisvoedingsmiddelen zitten naast de van nature aanwezige suikers ook andere voedingsstoffen als vezels, vitamines en mineralen.

Het is belangrijk om een gebalanceerd en gevarieerd voedingspatroon te volgen, waarbij de energie-inname in balans is met het energie-verbruik. Wanneer men deze regel volgt past de consumptie van suikers in een gezonde leefstijl.

11) Eetlust

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Een onderzoek naar het verschil tussen een zoete en hartige smaak op verzadiging, liet zien dat ‘ad libitum’ (zonder restrictie) inname van zoete en hartige rijst hetzelfde was bij proefpersonen. Ook de mate van verzadiging verschilde niet tussen de twee maaltijden, die gelijke smakelijkheid, energiedichtheid en samenstelling van macronutriënten hadden. De proefpersonen die de zoete rijst gegeten hadden, waren net zo verzadigd als de personen die de hartige rijst gegeten hadden. De onderzoekers concludeerden dat een zoete smaak honger niet minder onderdrukt en trek niet meer stimuleert dan een hartige smaak, iets wat ze voorafgaand aan het experiment wel veronderstelden. Deze resultaten worden ondersteund door een studie van Rolls et al. (1991), waarin de inname van een hartig gerecht gelijk was aan die van een zoet gerecht, zowel als voor- en nagerecht, van gelijke energiedichtheid en smakelijkheid.

NeuroFAST, een samenwerkingsverband van 13 Europese universiteiten en onderzoeksinstellingen, concludeert dat voedingsstoffen (waaronder suiker) niet verslavend zijn. Je hoeft van suikerhoudende producten dus niet van ‘af te kicken’. Voor meer informatie over suiker en verslaving zie informatief filmpje van Prof. dr. Rob Markus.

Concluderend: Een zoete smaak is even verzadigend en stimuleert de trek niet meer dan een hartige smaak.

Bronnen:
1) Griffioen-Roose, S., Mars, M., Finlayson, G., Blundell, J.E., de Graaf, C. (2009.) Satiation due to equally palatable sweet and savory meals does not differ in normal weight young adults. The Journal of Nutrition, 139(11): 2093-2098.
2) Rolls, B.J., Laster, L.J., Summerfelt, A. (1991). Meal order reversal: effects of eating a sweet course first or last. Appetite, 16(2): 141-148.

12) Rimpels

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Er is geen onderzoek gepubliceerd naar het effect van de inname van suikers op het krijgen van rimpels door beschadiging van collageen of verminderde elasticiteit van de huid.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat de inname van suikers rimpels veroorzaakt.

13) Snaaien

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Lichaamsgewicht en lichaamsbeweging zijn belangrijke factoren voor insulinegevoeligheid. Wanneer het lichaam niet meer goed reageert op insuline, blijft er te veel bloedsuiker ongebruikt in het bloed zitten en dat is ongezond. Daarom is het aan te raden om een gezond gewicht te handhaven en voldoende lichaamsbeweging te hebben.

Verschillende studies hebben gekeken naar het effect van de bloedglucosespiegel op eetlust in gezonde mensen. Voor zowel een verhoogde bloedglucosespiegel als een verlaagde bloedglucosespiegel werd geen effect op eetlust gevonden.

Concluderend: Verhoogde- of verlaagde bloedglucosespiegels lijken geen effect te hebben op de eetlust. Wel is het aan te raden om een gezond gewicht te handhaven en voldoende lichaamsbeweging te hebben.

Bronnen:
1) https://www.diabetesfonds.nl/over-diabetes/diabetes-in-het-algemeen/insulineresistentie
2) Schultes, B., Oltmanns, K. M., Kern, W., Fehm, H. L., Born, J., & Peters, A. (2003). Modulation of hunger by plasma glucose and metformin. The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 88(3), 1133-1141.
3) Lavin, J. H., Wittert, G., Sun, W. M., Horowitz, M., Morley, J. E., & Read, N. W. (1996). Appetite regulation by carbohydrate: role of blood glucose and gastrointestinal hormones. American Journal of Physiology-Endocrinology And Metabolism, 271(2), E209-E214.

14) Slaapgebrek

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Er is geen onderzoek gepubliceerd naar het effect van de consumptie van suikerrijke producten op slaap in mensen met insuline-resistentie. Ditzelfde geldt voor het effect op een gezonde populatie. Een studie die keek naar totale suikerconsumptie en gedrags- of slaapproblemen in kinderen vond geen effect.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat consumptie van suikerhoudende producten de nachtrust verstoort in mensen met insuline-resistentie, gezonde mensen of kinderen.

Bron:
1) Watson, E. J., Coates, A. M., Banks, S., & Kohler, M. (2018). Total dietary sugar consumption does not influence sleep or behaviour in Australian children. International journal of food sciences and nutrition, 69(4), 503-512.

15) Grauwsluier

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Er is geen onderzoek gepubliceerd naar het effect van suikerinname op de teint, grauwheid of egaliteit van de huid.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat inname van suikers invloed heeft op de teint van de huid.

16) Dipgevaar

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Bij gezonde mensen wordt onder normale omstandigheden de bloedglucosespiegel strak gereguleerd door het lichaam. Normaliter kan de bloedglucosespiegel variëren tussen de 4 mmol/l en 8 mmol/l. Als je bloedglucosespiegel onder de 3,5 mmol/l komt, heb je een ‘hypo’. Dit is een tijdelijk verschijnsel dat zich met name voordoet bij mensen met diabetes en bij gezonde mensen bijna niet voorkomt.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat inname van suikers een ‘suikerdip’ in de bloedglucosespiegel veroorzaakt bij gezonde mensen.

Bronnen:
1) Voedingscentrum. (2018). Hypoglykemie.
2) Stanfield, C.L. (2011). Principles of Human Physiology (4th ed.), San Francisco: Benjamin Cummings.

17) Slecht zicht

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Bij gezonde mensen wordt onder normale omstandigheden de bloedglucosespiegel strak gereguleerd door het lichaam (zie punt 16). Er is geen wetenschappelijk bewijs dat suikerinname oogklachten veroorzaakt in gezonde mensen. Ook is het verband tussen de totale inname van suikers en het risico op diabetes type 2 niet eenduidig. Wel adviseert de Gezondheidsraad om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken. Dit zijn frisdranken en fruitsappen, Zij vonden namelijk een samenhang tussen de inname van suikerhoudende dranken en het ontwikkelen van diabetes type 2.

Mensen met diabetes krijgen wél vaak problemen met hun gezichtsvermogen. Bij mensen met diabetes type 2 raken door hoge bloedglucosespiegels de bloedvaten in het lichaam beschadigd, waaronder de kleine bloedvaatjes in het netvlies. Hierdoor treedt een beschadiging van het netvlies op.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat inname van suikers invloed heeft op het gezichtsvermogen van gezonde mensen. Het verband tussen de totale inname van suikers en het risico op diabetes type 2 is niet eenduidig, wel wordt aangeraden om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken.

Bronnen:
2) Diabetes Fonds. (2018). Complicaties van diabetes - ogen.
3) Oogfonds. (2018). Diabetische-retinopathie.

18) Gebitschade

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Tandcariës ontstaat wanneer bacteriën in de mond verteerbare koolhydraten uit voedingsmiddelen omzetten in zuren. Onder invloed van de zuren lost het glazuur van de tanden op: dit proces wordt demineralisatie genoemd. Het gebit kan zich onder invloed van speeksel herstellen van zo’n zuurstoot, dit herstelproces heet remineralisatie. Remineralisatie van het gebit heeft even tijd nodig en daarom is het belangrijk niet te vaak op een dag iets met koolhydraten te eten. Het gaat dus niet specifiek om de hoeveelheid of het type koolhydraat.

Het basisadvies cariëspreventie van het Ivoren Kruis luidt:

  • Maximaal 7x per dag eten of drinken. Dit zijn 3 hoofdmaaltijden (ontbijt, lunch, avondeten) en maximaal 4 tussendoortjes per dag. Vuistregel: Na eten of drinken minstens 2 uur niets meer nemen.
  • Een uur voor het tandenpoetsen geen zure producten eten of drinken.
  • Geen voeding of dranken na het laatste tandenpoetsen of mee naar bed nemen.

Concluderend: De belangrijkste factoren in cariëspreventie zijn de beperking van het aantal eet- en drinkmomenten tot maximaal 7 per dag en tweemaal daags zorgvuldig poetsen met een fluoridehoudende pasta.

Zie ook: Kenniscentrum suiker & voeding - mondgezondheid

19) Gewichtsverlies

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Bij gezonde mensen wordt onder normale omstandigheden de bloedglucosespiegel strak gereguleerd door het lichaam. Normaliter kan de bloedglucosespiegel variëren tussen de 4 mmol/l en 8 mmol/l. Als je bloedglucosespiegel onder de 3,5 mmol/l komt, heb je een ‘hypo’. Dit is een tijdelijk verschijnsel dat zich met name voordoet bij mensen met diabetes en bij gezonde mensen bijna niet voorkomt.

Verschillende studies hebben het effect van de bloedglucosespiegel op eetlust onderzocht in gezonde mensen. Voor zowel een verhoogde bloedglucosespiegel als een verlaagde bloedglucosespiegel werd geen effect op eetlust gevonden. Overconsumptie is dus geen gevolg van ‘suikerdips’ in de bloedglucosespiegel.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat inname van suikers een ‘suikerdip’ in de bloedglucosespiegel veroorzaakt bij gezonde mensen. Verhoogde- of verlaagde bloedglucosespiegels lijken geen effect te hebben op de eetlust.

Daarnaast is suiker geen specifieke dikmaker. Overgewicht ontstaat als iemand via de voeding meer calorieën binnenkrijgt dan hij (door lichaamsbeweging) verbruikt. Het maakt niet uit of het teveel aan calorieën afkomstig is van suikers of andere koolhydraten, vet, eiwitten of alcohol. Zo bevatten alle koolhydraten per gram 4 kcal, evenals eiwitten. Vet daarentegen bevat 9 kcal per gram en alcohol 7 kcal per gram. Het gaat om de totale hoeveelheid calorieën (uit welke bron dan ook), die in balans moet zijn met het energieverbruik. Het is belangrijk een gezonde basisvoeding te gebruiken, zoals volop groente, fruit en volkorenproducten. Daarnaast is het belangrijk dagelijks voldoende te bewegen. Bovenstaande wordt ook door Prof.dr.ir. Edith Feskens, hoogleraar Voeding en Gezondheid in de levenscyclus (Wageningen University) uitgelegd in een informatief filmpje over suiker en overgewicht.

Concluderend: Suiker is geen specifieke dikmaker, het gaat bij overgewicht om de totale hoeveelheid calorieën. Overgewicht en obesitas moeten we terugdringen, hierbij tellen alle calorieën mee, ook die van suiker.

Zie ook: Kenniscentrum suiker & voeding - overgewicht

Bronnen:
1) Schultes, B., Oltmanns, K. M., Kern, W., Fehm, H. L., Born, J., & Peters, A. (2003). Modulation of hunger by plasma glucose and metformin. The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 88(3), 1133-1141.
2) Lavin, J. H., Wittert, G., Sun, W. M., Horowitz, M., Morley, J. E., & Read, N. W. (1996). Appetite regulation by carbohydrate: role of blood glucose and gastrointestinal hormones. American Journal of Physiology-Endocrinology And Metabolism, 271(2), E209-E214.

20) Suikerziekte

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Diabetes is een chronische stofwisselingsziekte. In Nederland hebben circa één miljoen mensen diabetes. Zo’n 90% heeft diabetes type 2. Het verband tussen de totale inname van suikers en het risico op diabetes type 2 niet eenduidig. Wel adviseert de Gezondheidsraad om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken. Dit zijn frisdranken en fruitsappen, Zij vonden namelijk een samenhang tussen de inname van suikerhoudende dranken en het ontwikkelen van diabetes type 2. Naast overgewicht zijn weinig beweging, onevenwichtige voeding en roken andere belangrijke leefstijlrisicofactoren.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat suikerconsumptie op zichzelf de oorzaak van diabetes type 2 is. Het is belangrijk om het ontstaan van diabetes type 2 zoveel mogelijk te voorkomen, hiervoor zijn een gezond lichaamsgewicht, voldoende beweging en een evenwichtige voeding de belangrijkste factoren.

Bronnen:
1) Voedingscentrum. (2015). Diabetes type 2 (suikerziekte).
2) Gezondheidsraad. (2015). Richtlijnen goede voeding 2015.
3) Diabetesfonds. (2018). Complicaties van diabetes - hersenen.


Nieuwsbrief: suiker in perspectief

sip43-2

Hier de tweede editie van nummer 43 van ‘Suiker in perspectief’. Nieuw in dit nummer de resultaten van de lang verwachte vijfde Voedselconsumptiepeiling (2012-2016). Het opvallendste resultaat: Nederlanders eten iets gezonder. Maar hoe zit het met de consumptie van koolhydraten en suikers? Zijn we er meer of minder van gaan eten? Lees het antwoord op deze vragen in deze tweede editie! En verder nieuw in dit nummer zijn de reacties van drie diëtisten op de resultaten van de Voedselconsumptiepeiling en de publicatie van het Nationaal Preventieakkoord, dat staatsecretaris Paul Blokhuis op vrijdag 23 november ondertekende. Veel leesplezier.

Nieuwe Infokicks: informatieve filmpjes over suiker

Maakt suiker nu dik of niet? Is suiker verslavend? En waarom zit er eigenlijk suiker in voedingsmiddelen? Om uitleg en antwoord te geven op dergelijke vragen heeft Kenniscentrum suiker & voeding in samenwerking met wetenschappers op dit gebied een vijftal informatieve filmpjes gemaakt.

Bekijk alle infokicks

Informatiemap

informatiemapBent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar een update van (delen van) de inhoud.

Vraag gratis aan

deel deze pagina