Je kunt een 80-jarige toch geen lekkernijen ontzeggen vanwege het gebit?!

Prof.dr. C. de Baat is bijzonder hoogleraar Geriatrische Tandheelkunde (RU) en geldt als autoriteit op dit gebied. Hij is verbonden aan het Universitair Medisch Centrum St Radboud te Nijmegen. Naast het plegen van onderzoek en publiceren over het onderwerp beantwoordt hij ook graag vragen van pers, wetenschap en ... vakgenoten. "Tandartsen worden zich vaak pas bewust van de groeiende mondproblematiek van ouderen door hun eigen ouders of andere naasten op hoge leeftijd. Persoonlijke ervaringen doen kennelijk vaak meer met hen dan feiten uit een leerboek."

Prof.dr. C. de Baat is bijzonder hoogleraar Geriatrische Tandheelkunde (RU) en geldt als autoriteit op dit gebied. Hij is verbonden aan het Universitair Medisch Centrum St Radboud te Nijmegen. Naast het plegen van onderzoek en publiceren over het onderwerp beantwoordt hij ook graag vragen van pers, wetenschap en ... vakgenoten. "Tandartsen worden zich vaak pas bewust van de groeiende mondproblematiek van ouderen door hun eigen ouders of andere naasten op hoge leeftijd. Persoonlijke ervaringen doen kennelijk vaak meer met hen dan feiten uit een leerboek."

Wat zijn de gevolgen van het ouder worden op de mondgezondheid?

"Eigenlijk niet zo verschrikkelijk veel. Het probleem bestaat er eigenlijk uit dat allerlei grote en kleine problemen, vaak al vanaf de vroege jeugd, zich bij ouderen kunnen opstapelen. En daar kun je dan ineens geen goede oplossing meer voor bedenken. Dan is het op. Dat is goed beschouwd niets nieuws, maar je ziet het nu wel op steeds hogere leeftijd gebeuren, bijvoorbeeld wanneer mensen 70 of 80 jaar zijn.

Overigens moeten we bij mondgezondheid van ouderen wel onderscheid maken tussen actieve ouderen en kwetsbare ouderen. De eerste, vaak iets jongere groep kan er makkelijker mee omgaan als er iets aan de hand is met hun gebit. Ook kun je met hun problemen meer doen. Bij de tweede groep ligt dat anders, zij hebben vaak al genoeg aan hun hoofd. Daarbij hebben behandelingen in de mond een beperkte houdbaarheid. Dat betekent dat je, zeker bij kwetsbare ouderen wel heel goed moet weten wat je doet en dat je moet bedenken wat zich over 10 à 20 jaar kan gaan voordoen. Heeft iemand die tijd van leven nog wel? Bij iemand van 30 jaar is dat veel minder. Daar kun je veel meer uitgaan van de beste oplossing op dat moment. En na 20 jaar, als die oplossing mankementen gaat vertonen, nog eens kijken."

De hoge leeftijd die we bereiken plus de complexiteit van aandoeningen waaraan we lijden, zijn van invloed op onze mondgezondheid. Welke eisen stelt dat aan de verzorging van ons gebit?

"Verschillende eisen. Laten we eerst uitgaan van een gezonde, actieve oudere. Daar voldoet de 'gewone' mondhygiëne. Totdat deze oudere te maken krijgt met een opeenstapeling van gezondheidsproblemen. Neem bijvoorbeeld implantaten. Prachtig dat het kan, maar zoiets is op termijn wel moeilijk schoon te maken. Daarmee neemt de kwaliteit van de ooit zo prachtige oplossing af. Eigenlijk is zo'n mooie constructie dan ten dode opgeschreven. Over naar de kwetsbare oudere. Hierbij is zo'n constructie als hierboven beschreven eigenlijk water naar de zee dragen. Je kunt van iemand met zware reuma of anderszins gehandicapt helemaal niet vragen om zelf z'n implantaten te verzorgen. Dat levert alleen maar extra frustratie op. Mijn punt is dat mondzorg, en dus het werk van tandartsen en mondhygiënisten, steeds meer een kwestie van individueel maatwerk wordt. Wat mankeert iemand, wat is iemands levensverwachting en wat kan wel of kan juist niet? Dan kom je tot het besef van 'dit is voor deze patiënt het beste'. Bij sommige ouderen zou je dan zelfs kunnen besluiten om het gebit te laten voor wat het is. Om een handzame status quo te creëren die voor de patiënt prettig, verzorgd en leefbaar is.

In Nederland zijn we daar denk ik onvoldoende op voorbereid. Aangezien tandartsen hun kennis en technische expertise bij de kwetsbare ouderen niet kwijt kunnen, zie je een verschuiving in zwaartepunt naar mondhygiënisten. Echter, die zijn er niet voldoende in aantal en niet voldoende aanwezig op de plek waar ze zo hard nodig zijn, namelijk in verzorgings- en verpleeghuizen. Maar ja, het is natuurlijk geen sexy doelgroep. Dit manco zie je ook bij de opleidingen. Kijk alleen maar naar de keuzevakken van mondhygiënisten. Slechts een enkeling kiest voor het specialisme ouderen... Terwijl de vraag ernaar alleen maar meer zal toenemen."

Tandenpoetsen lijkt bij kwetsbare ouderen geen prioriteit. Kunt u daar iets over zeggen? Misschien tips voor verbetering geven?

"Kwetsbare ouderen wonen thuis, in een verzorgingshuis of in een verpleeghuis. In de eerste twee situaties kan de oudere er wat betreft mondverzorging met hulp van anderen nog wel uitkomen. Het is wel zaak betrokkenen hier goed over te informeren. Maar zorgbehoeftige ouderen, zij die in een verpleeghuis verblijven, zijn in meer of mindere mate immobiel en hebben dus veel hulp nodig. Ook of juist op het gebied van mondverzorging. Er wordt hard gewerkt om alle verzorgenden in verpleeghuizen ook op te leiden in mondverzorging. Twee jaar geleden hebben verpleeghuisartsen het initiatief genomen tot een Richtlijn Mondzorg en die naar alle verpleeghuizen verstuurd. Nu moet er iets mee gedaan worden! Uit een ruwe schatting blijkt dat 1/3 het inmiddels goed geregeld heeft, 1/3 ermee bezig is en 1/3 (nog) niets doet. Zonde als zo'n richtlijn ergens in een bureaulade verdwijnt!

Praktisch gezien geldt ook hier weer maatwerk. Wie kent er niet een oude man die niet al te fris uit zijn mond ruikt? Goed te verklaren, maar onnodig. 90% van deze problemen wordt namelijk veroorzaakt door de tong. Dus niet door het gebit, noch door maag of darmen zoals vaak wordt gedacht. Maar inactieve ouderen praten vaak wat minder, hun tong is minder actief en wordt minder schoongespoeld door speeksel. Dan vormt zich een soort beslag op de tong waaraan bacteriën hechten die vieze geurtjes veroorzaken. Wanneer een verzorgende weet hoe de tong schoongemaakt kan worden, bewijst hij/zij de oudere een grote dienst. Niet alleen voor diens mondgezondheid maar ook voor diens sociale contacten. Je knoopt immers sneller een praatje aan met iemand die neutraal ruikt, dan met iemand die vies ruikt. Ook hier weer: maatwerk!"

In Engeland verscheen in 2004 reeds een alarmerend rapport over de mondgezondheid bij ouderen. Destijds onderschreef u die bevindingen en riep u op tot actie in eigen land. Hoe is de stand van zaken nu?

"In ons land hebben we dus die Richtlijn Mondzorg gekregen en wordt het onderwijs aan de tandheelkundestudenten erop aangepast. De studie is van 5 naar 6 jaar uitgebreid, gewoon om alle specialismen goed aan bod te laten komen. Zo moeten studenten tegenwoordig al veel meer weten over ouderdomsziekten zoals diabetes, hartfalen en beroertes, én over de gevolgen daarvan op de mond. Dat is alvast iets.

Ook al mogen we hier heel blij mee zijn, een echte verandering zal nog jaren duren. Wat ik wel vaak zie is dat tandartsen zich bewust worden van de groeiende ouderenproblematiek door hun eigen ouders of andere naasten op hoge leeftijd. Persoonlijke ervaringen doen kennelijk vaak meer met hen, dan feiten uit een leerboek. Een interessant gegeven hè?!"

Zijn er andere punten waar wij (volwassenen van nu) met z'n allen rekening mee moeten houden als het gaat om onze mondverzorging over pakweg 20 jaar?

"Ja, ik zou zeggen, maak het bespreekbaar met je tandarts en vraag om behandelingen die leiden tot overzichtelijke situaties (in de mond) die makkelijk schoon te maken zijn. Implantaten zijn prachtig, maar wat als je 80 bent en je kunt ze niet schoonmaken? Voeding speelt mijns inziens niet zo'n heel belangrijke rol bij de mondgezondheid wanneer je hoogbejaard bent, wel het schoonmaken na de maaltijden! Je kunt een 80-jarige toch geen lekkernijen gaan ontzeggen vanwege het gebit, kom nou toch? Aan maaltijden en lekkernijen beleven kwetsbare ouderen vaak het meeste plezier. Dat plezier zou ik ze niet willen ontnemen. Maar goed schoonmaken, ja, daarmee is zeker heel veel gezondheidswinst te behalen."

Richtlijn Mondzorg (pdf)
Mondzorg voor ouderen in 2020 (pdf)

Nieuwsbrief: suiker in perspectief

sip36‘Ik hoop dat er een gedragsverandering is te zien in de zin dat mensen gezonder en duurzamer eten. Ik hoop ook zeker dat we mensen met een lagere opleiding kunnen motiveren’, zegt dr.ir. Gerda Feunekes, directeur Voedingscentrum, naar aanleiding van de vraag wat ze graag over een paar jaar zou willen hebben bereikt. In het interview met haar (zie pagina 8) vertelt ze dat ze ook zou willen dat de kennis van de reguliere wetenschap dan centraal staat in plaats van de mening van een enkele ‘goeroe’. ‘We zeggen heel bewust over de nieuwe Schijf: dit is het beste wat de voedingswetenschap kan bieden.’ De Schijf van Vijf is het thema van deze ‘Suiker in perspectief’. We vroegen een aantal professionals en consumenten naar hun reactie op de Schijf. Onder andere Annemieke van Ginkel (directeur Diëtheek) ‘Ik vind dat er een grote stap vooruit is gemaakt’ en ir. Gerard Kramer (Blonk Consultants) over de berekeningen ‘Blindelings vertrouwen op de uitkomsten van een model is onverstandig’. Lees ook de rubriek ‘Voeding in het nieuws’ met actuele berichtjes.

Nieuwe Infokicks: informatieve filmpjes over suiker

Maakt suiker nu dik of niet? Is suiker verslavend? En waarom zit er eigenlijk suiker in voedingsmiddelen? Om uitleg en antwoord te geven op dergelijke vragen heeft Kenniscentrum suiker & voeding in samenwerking met wetenschappers op dit gebied een vijftal informatieve filmpjes gemaakt.

Bekijk alle infokicks

Informatiemap

informatiemapBent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar een update van (delen van) de inhoud.

Vraag gratis aan

deel deze pagina