Ondervoeding ligt op de loer
Prof.dr.ir. C.P.G.M. (Lisette) de Groot is bijzonder hoogleraar Voedingsfysiologie met bijzondere aandacht voor het verouderingsproces en de oudere mens, aan Wageningen Universiteit. Toegegeven, een uitzondering springt met 80 jaar nog over het tuinhek of loopt de jonkies eruit bij de avondvierdaagse. Toch is er over het wel en (vooral) wee van de gemiddelde oudere mens nog veel onbekend. En juist die gemiddelde populatie heeft de speciale aandacht van prof. Lisette de Groot.
Prof.dr.ir. C.P.G.M. (Lisette) de Groot is bijzonder hoogleraar Voedingsfysiologie met bijzondere aandacht voor het verouderingsproces en de oudere mens, aan Wageningen Universiteit. Toegegeven, een uitzondering springt met 80 jaar nog over het tuinhek of loopt de jonkies eruit bij de avondvierdaagse. Toch is er over het wel en (vooral) wee van de gemiddelde oudere mens nog veel onbekend. En juist die gemiddelde populatie heeft de speciale aandacht van prof. Lisette de Groot.
Wat houdt het verouderingsproces precies in? En welke complicaties horen er bij het ouder worden?
"Volgens één der verouderingstheorieën komt het verouderingsproces voort uit de accumulatie van een aantal kleine beschadigingen in het menselijk lichaam. Beschadigingen die niet meer volledig hersteld kunnen worden. Die kunnen op verschillende wijze ontstaan, maar over het hoe en waarom bestaat nog veel onduidelijkheid. Na het 30e levensjaar nemen bijvoorbeeld de botdichtheid en de spiermassa af. Dit zou passen binnen de verouderingstheorie die ervan uitgaat dat wanneer je je erfelijk materiaal hebt doorgegeven, je lichaam bij wijze van spreken bedankt wordt voor bewezen diensten (disposable soma theorie). Pieken hoeft niet meer en dus laat het lichaam het erbij zitten. Eenvoudig voorgesteld kun je zeggen dat de meeste mensen vanaf een zekere leeftijd gemiddeld genomen wat minder goed in hun vel zitten.
Net zoals het verouderingsproces veel gezichten kan hebben, zo zijn de complicaties ook velerlei. De vraag is alleen, welke ziekten horen erbij en welke niet? Iets kan een ouderdomskwaal maar net zo goed een welvaartziekte zijn. In mijn voedingsonderzoek ga ik van vier verouderingsprocessen uit. Dat zijn verlies van botmassa, verlies van spiermassa en kracht, verlies van eetlust en cognitieve achteruitgang (meestal vanaf een jaar of 60). Allemaal aanslagen op je functionaliteit. Iets wat juist zo belangrijk is voor je kwaliteit van leven."
Eén van de vier complicaties is dat de eetlust vermindert bij het verouderingsproces. Wat kunnen diëtisten doen om hun cliënten hierbij te ondersteunen?
"Qua eetlust lijkt er inderdaad het nodige aan de hand te zijn. Eetlust is afhankelijk van ons fysiologisch regulatiesysteem. In dat systeem lijkt op een zekere leeftijd de rek eruit te zijn. Minder eten dan normaal wordt niet meer gecompenseerd door extra hongergevoel. Hiervoor zijn niet alleen aanwijzingen gevonden in studies die vragen naar eetlust maar ook hormonale aanwijzingen. Maak je een periode van ondervoeding door, dan kom je als jong mens wel weer terug op je gewicht. Dat heet herstel. Bij ouderen zie je dit veel minder. Hiernaast zijn er belangrijke risicofactoren voor ondervoeding zoals bijvoorbeeld dementie, depressiviteit, een slechte gebitstoestand. In combinatie met die veranderde fysiologie kun je in grote problemen komen.
Diëtisten en zorgverleners zouden mijns inziens standaard het gewicht van hun oudere cliënten nauwkeurig moeten monitoren. Gewichtsverlies is één van de belangrijkste indicaties voor ondervoeding. Met alle kwalijke gevolgen van dien. Mede vanwege de heterogeniteit van onze bevolking zijn de oorzaken van ondervoeding ook heel divers. Daar zouden we uiteraard graag de vinger achter krijgen, want door inzicht te krijgen in de belangrijkste oorzaken van ondervoeding, kan het probleem gerichter benaderd worden."
Ouderen zouden, onder andere door het ontbreken van lichamelijk inspanning, sport e.d. minder energie nodig hebben dan jongeren. Wat denkt u?
"Ouderen hebben een andere lichaamssamenstelling dan jongeren. Zo gaan bot- en spiermassa plus lichaamswater verloren, terwijl de vetmassa juist relatief toeneemt. Daarnaast wordt ook hun lichamelijke activiteit minder. Laten we hierbij wel onderscheid maken tussen relatief actieve (zelfstandig wonende) ouderen en ouderen die veel zorg behoeven. De eerste groep heeft gemiddeld genomen een energie inneming die in de buurt ligt van de aanbevelingen. Hier en daar komt deze groep echter wel wat vitaminen tekort (D door gebrek aan zonlicht en B12 door een beperkte absorptie van het vitamine) maar daar is wat aan te doen. Bij zorgbehoevende ouderen ligt dit anders. Hier zie je vaak een lagere inneming dan de energiebehoefte aangeeft. Dat kan tal van oorzaken hebben, al dan niet in combinatie met elkaar. Voor een deel kunnen hierbij ook omgevings- en sociale factoren een rol spelen. Zo is er bijvoorbeeld ook onderzoek gedaan naar de ambiance waarin veel (verpleeghuis)ouderen eten. Je kunt je voorstellen dat plastic bestek en een plastic blad met 3 vakken op een formica tafelblad minder uitnodigend werkt dan een gezellig gedekte tafel met gewoon bestek, echte drinkglazen en aardewerken servies...
Hoe dan ook, om tot op hoge leeftijd een stabiel, gezond lichaamsgewicht te behouden zijn lichaamsbeweging en een goede verhouding tussen de totale energie-inname en nutriënten belangrijk. Daarbij kunnen zowel zelfstandige als zorgbehoevende ouderen alle professionele hulp gebruiken die voorhanden is."


Bent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar een update van (delen van) de inhoud.