logo kenniscentrumsuikerenvoeding 50jaar website

 Onderzoek         Contact  FAQ

WHO-richtlijn voor inname van ‘vrije’ suikers, een ongenuanceerde visie met gebrekkige wetenschappelijke onderbouwing

Onlangs heeft een expertgroep van de WHO, bestaande uit interne en onafhankelijke externe multidisciplinaire experts een richtlijn opgesteld voor de inname van suikers met oog op preventie van cariës en obesitas.

gertjan schaafsma

WHO richtlijnen zijn wereldwijd van toepassing en maken geen onderscheid tussen landen met verschillende culturen of ontwikkelingsniveaus. In de onderhavige richtlijn gaat het om de zogenaamde ‘vrije suikers’. Dat zijn mono-en disachariden die door fabrikanten en in de huishouding aan voedingsmiddelen en dranken worden toegevoegd, alsmede suikers in honing, fruitsappen, fruitconcentraten en stropen. De organisatie beveelt op grond van de ‘totality of scientific evidence’ aan minder dan 10 en% van deze suikers in te nemen (sterke aanbeveling). Daarnaast doet de WHO een conditionele aanbeveling om minder dan 5 en% van deze suikers in te nemen. Ter onderbouwing van deze Richtlijn heeft de WHO gebruik gemaakt van systematische reviews en meta-analyses van observationeel- en interventieonderzoek (zie kader onderaan). Cohortstudies suggereren dat kinderen met een inname van suikers van meer dan 10 en% meer kans hebben op cariës en overgewicht, maar daarbij moet worden opgemerkt dat in observationeel onderzoek overmatig gebruik van suikers in hoge mate geassocieerd is met ongunstige leefstijlfactoren, zoals frequent gebruik van suikerhoudende producten, overvoeding en gebrek aan lichaamsbeweging, factoren die cariës en overgewicht in de hand werken. Drie ecologische studies in Japan uit de jaren 60 van de vorige eeuw laten beneden een inname van ca. 10 en% suikers een dosisafhankelijke relatie zien tussen de inname van suikers en het voorkomen van cariës. Deze studies laten ook zien dat beneden een inname van 5 en% vrije suikers cariës vrijwel niet voorkomt (in deze studies was geen sprake van gebitsbescherming met fluoride).

De WHO tekent aan dat de kwaliteit van de bewijsvoering voor een verband tussen de inname van vrije suikers en toename van lichaamsgewicht laag is en in het geval van vloeibare suikers, zoals in frisdranken, matig is. Om die reden beperkt de richtlijn zich uiteindelijk tot cariëspreventie, waarbij de genoemde ecologische studies de kern van de onderbouwing vormen.

Al decennia is bekend dat suikers, behalve een bron van energie, cariogeen zijn, en nauwelijks of geen bijdrage leveren aan de inname van onmisbare voedingsstoffen. Om die reden wordt algemeen aanvaard dat, met het oog op cariëspreventie, de frequentie van het gebruik van vrije gemakkelijk vergistbare suikers tot enkele malen per dag moet worden beperkt en dat ze bij voorkeur moeten worden ingenomen bij de maaltijden. Daarbij dient gezorgd te worden voor een goede gebitshygiëne en gebruik van fluoride-houdende tandpasta, zoals door het Ivoren Kruis wordt geadviseerd. Bij overgewicht dient de energie-inname beperkt te worden, in het bijzonder de energie van voedingsmiddelen en dranken met een lage voedingsstoffendichtheid. Daarbij dient uiteraard tevens gezorgd te worden voor voldoende lichamelijke activiteit.

Bij de aanbeveling van de WHO om in het kader van cariëspreventie niet meer dan 5 en% vrije suikers in te nemen kunnen de volgende kanttekeningen worden geplaatst.

  • De norm van 5 en% ter preventie van cariës houdt geen rekening met gebits-beschermende factoren, zoals fluoridegebruik, gebitshygiëne en andere dentale zorg.
  • Aan het dominerende belang van beperking van gebruiksfrequentie t.o.v. hoeveelheid wordt geheel voorbijgegaan.
  • Door de WHO wordt dan ook geen rekening gehouden met voedings- en gedragspatronen, waarbinnen gebruik van suikers ruim boven de voorgestelde norm van 5 en% nauwelijks een cariësprobleem oplevert.
  • Er wordt geheel voorbijgegaan aan de betekenis van suikers voor bevrediging van sensorische behoefte.
  • De richtlijn wijkt af van de 10 en% richtlijn voor toegevoegde suikers van andere gezaghebbende organisaties, zoals die van het IOM en de Scandinavische landen.

De richtlijn van minder dan 5 en% is in het licht van het bovenstaande ongenuanceerd, voor vele landen volledig buiten proporties en derhalve onrealistisch. Zo zou met een dagelijks enkel glas vruchtensap van 200 ml de norm voor kinderen reeds zijn gehaald. De onderbouwing is gebrekkig.

Samenvattend kan worden gesteld dat de WHO niets toevoegt aan de reeds lang bestaande algemene opinie over verstandig gebruik van suikers en ongenuanceerd een norm aanbeveelt zonder degelijke wetenschappelijke onderbouwing. Het staat de WHO uiteraard vrij een beleidsvisie te presenteren, waarin is opgenomen dat het verstandig is niet meer dan een bepaalde hoeveelheid vrije suikers in te nemen, maar praat dan niet over wetenschappelijke onderbouwing.

Prof.dr.ir. Gertjan Schaafsma

De WHO-richtlijnen zijn gebaseerd op twee systematische reviews die de WHO heeft laten uitvoeren om het effect van inname van suikers op lichaamsgewicht en op tandcariës te onderzoeken.

Informatiemap nu digitaal beschikbaar!

informatiemapBent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar digitale updates van (delen van) de inhoud. Bekijk de complete informatiemap op www.suikerwetenschap.nl

 

Abonneer op updates

deel deze pagina