Nieuwe WHO richtlijnen inname suikers in de maak
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is een agentschap voor gezondheid binnen de Verenigde Naties. Het doel van de WHO is om de gezondheid van de wereldbevolking te verbeteren. Ze maakt onder andere voedingsrichtlijnen ter voorkoming van chronische ziekten. Op 5 maart 2014 publiceerde de WHO een conceptrichtlijn over suikerinname. Deze nieuwe richtlijn moet uiteindelijk de huidige uit 20031 vervangen. In de huidige WHO richtlijnen wordt geadviseerd om niet meer dan 10 procent van de energie-inname (<10en%) uit vrije suikers te halen. In de nieuwe conceptrichtlijn wordt weer geadviseerd om <10en% uit vrije suikers te halen. Echter, nu aangevuld in het voorstel dat <5en% nog extra gunstige gezondheidseffecten zou hebben. Van 5 tot 31 maart 2014 bestond er de mogelijk om een reactie op de onderbouwing van deze conceptrichtlijn aan te leveren. Tegelijkertijd vond een peer-review plaats. Kenniscentrum suiker & voeding heeft van deze publieke consultatie gebruik gemaakt2. Op dit moment worden alle reacties van de openbare consultatie beoordeeld. Indien nodig zal de conceptrichtlijn worden herzien en goedgekeurd door de WHO Guidelines Review Committee. Wanneer de definitieve richtlijn verschijnt is nog niet aangekondigd.
WHO definitie vrije suikers
De WHO definieert vrije suikers als alle monosachariden (zoals glucose en fructose) en disachariden (zoals sacharose) die toegevoegd zijn door de producent, consument alsook suikers die van nature aanwezig zijn in honing, siropen, vruchtensappen en vruchtenconcentraat. Van nature aanwezige suikers uit fruit, groente en zuivel vallen hier niet onder. Voor de gezondheid maakt het overigens niets uit of suikers zijn toegevoegd of van nature aanwezig zijn. 5 procent van de totale energie-inname komt neer op ongeveer 25 gram suikers per dag – een glas sinaasappelsap van 200 ml bevat 18 gram suikers – voor een volwassene met normaal gewicht.
Onderbouwing van de conceptrichtlijn
De conceptrichtlijn is gebaseerd op twee systematische reviews die de WHO heeft laten uitvoeren om het effect van suikerinname op lichaamsgewicht (Te Morenga et al. 20133) en op tandcariës (Moynihan et al. 20134) te onderzoeken.
Review 1. Suikers en lichaamsgewicht:
De onderzoekers betrokken 30 van de 7895 interventiestudies en 38 van de 9445 cohort studies in hun analyse. Uit deze onderzoeken concludeerden ze dat onder ongecontroleerde omstandigheden bij volwassenen een vermindering van de inname van suikers geassocieerd was met een 0,8 kg gewichtsverlies. Verhoging van de inname van suikers was geassocieerd met een vergelijkbare gewichtstoename van 0,75 kg. Het verschil in lichaamsgewicht was verklaarbaar door het verschil in calorie-inname. Iso-calorische uitwisseling van suikers met andere koolhydraten was dan ook niet geassocieerd met gewichtsverandering. Dit betekent dat er geen uniek effect van suiker is op lichaamsgewicht vergeleken met andere koolhydraten.
Review 2. Suikers en cariës
De onderzoekers betrokken 55 van de 5990 studies in hun analyse en concludeerden dat het bewijs dat minder cariës ontstaan bij een inname van minder dan 10 energieprocent vrije suikers van 'matige kwaliteit' is. De onderbouwing van het extra gunstige effect op cariës bij een inname van minder dan 5 energieprocent aan vrije suikers classificeren de onderzoekers als 'zeer lage kwaliteit'. Deze extra aanbeveling is gebaseerd op drie populatiestudies uit naoorlogs Japan (1959-1960). In deze studies is suikerbeschikbaarheid in plaats van inname gebruikt en was fluoridetandpasta – een belangrijke factor voor cariëspreventie – nog niet beschikbaar.
Wat zeggen andere onafhankelijke onderzoeksorganen?
Hoewel de conceptrichtlijn een aanbeveling doet over inname van 'vrije suikers' is in de twee reviews gekeken naar 'totaal suikers', dus vrije suikers èn suikers van nature aanwezig in groente, fruit en zuivel samen. Andere onafhankelijke onderzoeksorganen zoals het Amerikaanse Institute of Medicine (2010)5 en de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (2010)6 concluderen in hun richtlijnen dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is voor het stellen van een kwantitatieve richtlijn. Ook de Nederlandse Gezondheidsraad, met als taak regering en parlement te adviseren op het gebied van de volksgezondheid, stelt in haar Richtlijnen goede voeding (2006)7: 'Voor het geven van een kwantitatieve richtlijn voor mono- en disachariden ten behoeve van een adequate voorziening met essentiële voedingstoffen en de preventie van chronische ziekten ontbreekt een aanvaardbare wetenschappelijke onderbouwing'.
Standpunt Kenniscentrum suiker & voeding
Kenniscentrum suiker & voeding verwelkomt de inspanningen van de WHO ter bevordering van de volksgezondheid. Wel vinden wij het belangrijk dat richtlijnen gebaseerd zijn op voldoende wetenschappelijk bewijs van goede kwaliteit. Het wetenschappelijk bewijs van de conceptrichtlijn is van onvoldoende kwaliteit en daarom ondersteunen wij deze niet. Wel zijn wij van mening dat overmatig suikergebruik ongewenst is. Een overschot aan calorieën, ongeacht of deze komen van vetten, koolhydraten/suiker of eiwitten, dragen bij aan het ontstaan van overgewicht. Het ontstaan van overgewicht is multifactorieël met als onderliggend mechanisme een positieve energiebalans.
Referenties
- Diet, nutrition and the prevention of chronic diseases. WHO, Geneva 2003
- Commentaar DRAFT WHO guideline KSV, 2014
- Te Morenga et al. Dietary sugars and body weight: systematic review and meta-analyses of randomised controlled trials and cohort studies. BMJ, 2013
- Moynihan and Kelly. Effect on Caries of Restricting Sugars Intake Systematic Review to Inform WHO Guidelines. JDR, 2013
- U.S. Department of Agriculture and U.S. Department of Health and Human Services. Dietary Guidelines for Americans 2010
- EFSA, 2010. Scientific Opinion on Dietary Reference Values for carbohydrates and dietary fibre
- Gezondheidsraad, Richtlijnen goede voeding 2006

Bent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar een update van (delen van) de inhoud.