Koolhydraten

De groep koolhydraten bestaat uit mono- en disachariden, uit oligosachariden en polysachariden. In de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad (2006) staan de adviezen voor een gezonde leefstijl voor mensen met een gezond gewicht. De Raad adviseert dat minimaal 40% van de energie afkomstig moet zijn van koolhydraten en noemt geen bovengrens voor het gebruik van suikers voor mensen met een gezond gewicht.

De feiten

  • Koolhydraten is de verzamelnaam voor alle suikers, zetmeel en voedingsvezels die in onze voeding voorkomen.
  • Koolhydraten vormen voor de mens de belangrijkste bron van energie.
  • Koolhydraten komen voor in producten die we elke dag gebruiken (zoals fruit, brood, aardappelen, rijst, pasta en peulvruchten).
  • De suikers in vruchtensappen, honing en siropen (en ook in melk) zijn van nature aanwezige suikers.
  • Sacharose, glucose, lactose en/of fructose zijn suikers die van nature voorkomen in voedingsmiddelen. Fabrikanten van bijvoorbeeld zoete versnaperingen en frisdranken voegen ze ook toe aan hun producten, consumenten gebruiken ze om eten en drinken (onder andere in zuivelproducten, koffie, thee) op smaak te brengen.
  • De bekendste suiker is kristalsuiker (sacharose).
  • Koolhydraten zijn zo opgebouwd dat aan ieder koolstofatoom (kool) een watermolecuul (hydraat) is verbonden.
  • Er zijn verschillende manieren om koolhydraten te classificeren. De meest gebruikte indeling (Cummings et al 1997) verdeelt koolhydraten op basis van hun structuur in drie hoofdgroepen: mono- en disachariden, oligosachariden en polysachariden met elk hun subgroepen.
  • De Gezondheidsraad (2006) adviseert dat minimaal 40% van de energie afkomstig moet zijn van koolhydraten.
  • Uit de meest recente Voedselconsumptiepeiling (2007-2010) blijkt dat het energiepercentage koolhydraten het hoogste is voor kinderen van 7-8 jaar (51-54 energie%).

Vraag en antwoord