Brandpunts onjuistheden over suiker

Op dinsdag 31 maart 2015 verscheen een reportage op de KRO-NCRV van Brandpunt ‘De strijd tegen sluipsuikers’. Wij betreuren het ten zeerste dat Brandpunt een eenzijdig beeld neerzet en onjuistheden presenteert. Hieronder staan de feiten op een rij.

1. Selectieve referentiewaarde

‘Dat was flink schrikken deze maand, de nieuwste cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie over suikers. We mogen ongeveer 6 klontjes per dag, maar eten er gemiddeld 25.’

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft een aanbeveling om niet meer dan 10 procent van de energie-inname uit vrije suikers te halen, dit komt neer op 50 gram (het gewicht van ongeveer 12 suikerklontjes). Daarnaast heeft de WHO een conditioneel advies om niet meer dan 5 procent van de energie-inname uit vrije suikers te halen, dit komt neer op 25 gram1. De reden dat dit een conditioneel advies is, is omdat de bewijslast volgens de WHO zelf van zeer lage kwaliteit is. Beide WHO adviezen zijn alleen gebaseerd op het voorkomen van tandcariës. Brandpunt heeft ervoor gekozen om niet het sterke, maar het conditionele advies van de WHO als referentiewaarde te gebruiken. Daarnaast hanteren zowel de Gezondheidsraad2 als de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA)3 in hun adviesrapporten geen maximale grens voor de inname van suikers.

2. Consumptie van suiker

‘Er is vrijwel geen land in de wereld waar zoveel suiker wordt gegeten als bij ons’

Brandpunt baseert deze stelling op een artikel uit de Washington Post4, die data van Euromonitor gebruikt. Volgens Euromonitor eten we namelijk gemiddeld in Nederland 102,5 gram suiker. Deze data zijn onnauwkeurig en gebaseerd op aankoopcijfers van verpakte producten en frisdranken. Ten eerste worden consumptiecijfers hierdoor overschat. Dit komt onder andere doordat die 102,5 gram ook de suikers bevat die in producten zitten die worden weggegooid. In Nederland is voedselverspilling circa 50 kg vast voedsel per jaar per persoon5. Ten tweede bedoelt Euromonitor in feite totaal suikers. Ook de van nature aanwezige suikers uit fruit of zuivel worden namelijk door Euromonitor in hun berekening meegenomen6. Verder wordt in de uitzending vaak de term suikerklontjes gebruikt, wanneer het feitelijk om totaal suikers gaat. Zo wordt de schijn gewekt dat de hoeveelheid suikers in producten alleen maar toegevoegde suikers zijn in de vorm van suikerklontjes.

Wageningen University heeft recentelijk onderzoek gedaan naar de consumptie van suikers in Nederland. Niet alleen van de totale suikers in onze voeding, maar ook van de suikers die worden toegevoegd aan voedingsmiddelen, en de individuele suikers (zoals glucose, fructose en sacharose). De gegevens waarmee de onderzoekers van Wageningen University gerekend hebben komen voort uit de Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. Voedselconsumptiepeilingen worden door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) verzamelt met als doel de voedingstoestand en voedselconsumptie vast te stellen in Nederland en is de meest accurate schatting van daadwerkelijke voedselinname.

Inname toegevoegde suikers
Men eet gemiddeld in Nederland 71 gram toegevoegde suikers. Deze toegevoegde suikers halen we vooral (ongeveer 90% van de totale inname van toegevoegde suikers) uit producten waar we ze ook verwachten, zoals frisdranken, zuivelproducten, cake, koek, ijs, etc. En dus niet uit producten (ongeveer 10% van de totale inname van toegevoegde suikers) waar het in de uitzending over gaat, zoals bijvoorbeeld tomatensoep, thee, kippenbouillon en ketchup.

Inname totaal suikers
De gemiddelde inname van totaal suikers in Nederland is 122 gram per dag. Het gaat dan om alle suikers, zowel de van nature aanwezige (in fruit, groente en lactose in zuivelproducten) als de toegevoegde suikers. Deze suikers halen we vooral uit frisdranken, zuivelproducten (de van nature aanwezige lactose plus toegevoegde suikers) en cake/koek, maar ook uit fruit.

Inname vrije suikers
Vrije suikers zijn alle suikers die toegevoegd zijn aan voedingsmiddelen. Onder vrije suikers vallen ook de suikers die van nature aanwezige zijn in honing, siropen, vruchtensappen en vruchtenconcentraat. Hiermee verschilt de definitie vrije suikers van toegevoegde suikers, waar suikers die van nature aanwezig zijn in vruchtensappen niet worden meegerekend. De mediane inname van vrije suikers is daarom ook hoger dan de inname van toegevoegde suikers, namelijk 74 gram per dag. Dit komt neer op het gewicht van 19 suikerklontjes.

3. Suiker, overgewicht en chronische ziekten

‘Door grote hoeveelheden suikers in ons voedsel lopen we steeds meer risico op het krijgen van ziektes als diabetes, obesitas en hart- en vaatziektes’

Suikers leveren inderdaad calorieën en maken eten smakelijk. Indirect kunnen ze daarmee inderdaad bijdragen aan het ontstaan van overgewicht en obesitas. In het WHO rapport is te lezen dat dit een calorie-effect is en niet een specifiek dikmakend effect van suikers1,7. Mensen met overgewicht of obesitas lopen een verhoogd risico op het ontstaan van diabetes type 2, hart en vaatziekten en enkele andere ziekten. Een heel belangrijk punt dat niet genoemd is in Brandpunt is dat inname van suikers, met uitzondering van tandcariës, geen directe risicofactor is voor het ontstaan van chronische ziekten. Dit is dan ook niet terug te vinden in het WHO rapport1, de adviezen van Gezondheidsraad2, de adviezen van de EFSA3 of de adviezen van het Insitute of Medicine in de Verenigde Staten8.

4. Suiker in voedingsmiddelen

Hoeveel suikerklontjes zitten er in een literfles tomatenketchup? 57 suikerklontjes.

Om dit in perspectief te plaatsen willen we graag de volgende punten noemen:

  1. In tomatenketchup zitten ook suikers die van nature al aanwezig zijn in de tomaten. Dit geldt overigens ook voor de andere producten die in het programma voorbijkomen, zoals pindasaus (van nature aanwezige suikers in pinda’s) en tomatensoep. In plaats van de term suikers te gebruiken, wordt in het programma veelvuldig gesproken over suikerklontjes. Dit is misleidend, omdat het zo lijkt dat alle suikers die in tomatenketchup aanwezig zijn (dus ook de van nature aanwezige suikers), in de vorm van suikerklontjes zijn toegevoegd.
  2. In een fles tomatenketchup 875 mL/1 kg zitten 228 gram suikers. Eén portie ketchup is 50 gram, volgens het Maten- en Gewichtenboek 2003. Dit zijn dus 11,4 gram suikers in een portie (dus ook de van nature aanwezige suikers in tomaten!). Dit zijn 46 kcal in totaal en ongeveer 2% van de dagelijkse energie-inname.

Daarnaast vermeldt het programma niet dat naast een zoetende functie, suikers in veel producten ook een andere (technologische) functie heeft. Zo wordt dextrose (andere naam voor glucose) gebruikt als ‘drager’ van kruiden (in bijvoorbeeld kippenbouillon) en aroma’s (in bijvoorbeeld thee). Deze hoeveelheid is echter verwaarloosbaar klein. Deze producten smaken bijvoorbeeld ook niet zoet. Op de ingrediëntendeclaratie staat dextrose wel vermeld, maar de totale hoeveelheid suikers in het product draagt vervolgens niet significant bij aan de totale energie-inname. Producten die het meest bijdragen aan toegevoegde suikers zijn de producten waar je ook zou verwachten dat ze in zitten, zoals frisdrank, zuivelproducten, cake en koek, chocolade en snoepgoed.

5. Suikerjunks en afhankelijkheid van suikers

‘En zo worden we in de loop van ons leven langzaam afhankelijk gemaakt van suiker. Professor van der Lelij spreekt zelfs van verslaving.’

Hier wordt gezegd dat we langzaam afhankelijk gemaakt worden van suiker. Uit smaakonderzoek blijkt juist dat de waardering voor zoet afneemt naarmate men ouder wordt9–11. Uit analyse van de data van de meest recente Voedselconsumptiepeiling 2007-2010 blijkt dat de inname van suiker (sacharose) lager is bij de hogere leeftijdsgroepen12. Dit is bij zowel mannen als vrouwen het geval en geldt voor zowel de relatieve (percentage van de totale energie-inname) als de absolute inname van suiker (zie tabel).

tabel



Suiker wordt door het Voedingscentrum13 niet als verslavende stof beschouwd en komt niet voor in DSM-514 als (potentieel) verslavende stof. NeuroFAST (The integrated neurobiology of food intake, addiction and stress) is een multidisciplinair project met de klinische en biologische expertise van dertien verschillende partners in zeven EU-landen. Het project – gefinancierd door de Europese Unie – heeft als doel om hersenmechanismen in relatie tot eetgedrag, verslaving en stress te onderzoeken. NeuroFAST heeft in een consensusverklaring15 laten weten dat er is geen bewijs dat een specifieke voedingsstof (zoals suiker), ingrediënt of additief tot verslaving van een stof leidt.

 

 

Uitgangspunt Kenniscentrum suiker & voeding

Het uitgangspunt van Kenniscentrum suiker & voeding is dat suiker wel past in een gevarieerd voedingspatroon. Suikers leveren geen specifiek risico voor overgewicht of chronische ziekten. Maar overconsumptie van suiker is niet goed. Dat geldt voor alle voedingsmiddelen, ook voor suiker. Teveel calorieën – ongeacht of ze afkomstig zijn van vetten, koolhydraten/suikers of eiwitten – dragen bij aan het ontstaan van overgewicht. In het kader van de bestrijding van overgewicht ondersteunen wij de aanbeveling van de WHO om de inname van vrije suikers te beperken om de inname van calorieën in balans te brengen met het verbruik. 10% van de energie-inname is goed haalbaar in een normaal consumptiepatroon waarin ook af en toe iets zoets wordt ingenomen.

Referenties

  1. World Health Organization. Guideline: Sugars intake for adults and children. (2015).
  2. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding. (2006). at <http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.>
  3. European Food Safety Authority. Scientific Opinion on Dietary Reference Values for carbohydrates and dietary fibre. 8, 1–77 (2010).
  4. Ferdman, R. A. Where people around the world eat the most sugar and fat. (2015). at <http://www.washingtonpost.com/blogs/wonkblog/wp/2015/02/05/where-people-around-the-world-eat-the-most-sugar-and-fat/ >
  5. OneWorld, Voedingscentrum, Wageningen University, YFM, DuurzaamDoor, Feeding the 5, 000/EU Fusions. Damn Food Waste - Feiten in Nederland. 2015 at <http://damnfoodwaste.com/?page_id=1315>
  6. Euromonitor International. Nutrition Factsheet. (2015). at <http://www.euromonitor.com/medialibrary/pdf/Academic_Brochure.pdf >
  7. Te Morenga, L., Mallard, S. & Mann, J. Dietary sugars and body weight: systematic review and meta-analyses of randomised controlled trials and cohort studies. 1–25 (2013). doi:10.1136/bmj.e7492
  8. U.S. Department of Agriculture and U.S. Department of Health and Human Services. Dietary Guidelines for Americans. (2010).
  9. Desor, J. & Beauchamp, G. K. Longitudinal changes in sweet preferences in humans. Physiol. Behav. 39, 639–641 (1987).
  10. Zandstra, E. H. & de Graaf, C. Sensory perception and pleasantness of orange beverages from childhood to old age. Food Qual. Prefer. 9, 5–12 (1998).
  11. Desor, J., Greene, L. & Maller, O. Preferences for sweet and salty in 9- to 15-year-old and adult humans. Science. 14, 686–7 (1975).
  12. Sluik, D., Engelen, A. & Feskens, E. J. M. Suikerconsumptie in Nederland. (2013).
  13. Voedingscentrum. Is suiker verslavend? (2015). at <http://www.voedingscentrum.nl/nl/service/vraag-en-antwoord/gezonde-voeding-en-voedingsstoffen/is-suiker-verslavend.aspx>
  14. American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition (DSM-5). (2013).
  15. NeuroFAST. NeuroFAST consensus opinion on food addiction. (2013). at <http://www.neurofast.eu/digitalAssets/1455/1455240_consensus.pdf>

Afdrukken