logo KSV groot transparant

 Onderzoek         Contact  FAQ

Smaakvoorkeuren aanleren is leeftijdsloos

smaakvoorkeurenaanlerenInterview met mevrouw dr.ir. Gertrude Zeinstra, Onderzoeker Voeding & Gezondheid

Mevrouw dr.ir. Gertrude Zeinstra is begin 2010 gepromoveerd op onderzoek naar hoe men de groenteconsumptie van kinderen kan bevorderen.

smaakvoorkeurenaanleren

Interview met mevrouw dr.ir. Gertrude Zeinstra, Onderzoeker Voeding & Gezondheid

Mevrouw dr.ir. Gertrude Zeinstra is begin 2010 gepromoveerd op onderzoek naar hoe men de groenteconsumptie van kinderen kan bevorderen.

  

Feit is dat veel kinderen niet dol zijn op groenten vanwege de vaak licht bittere smaak ervan. Hoe ontstaan smaakvoorkeuren eigenlijk?

"De mens wordt geboren met een aantal aangeboren smaakvoorkeuren. De belangrijkste daarvan is de voorkeur voor zoet. Daarbij is er ook een afkeer van bitter en zuur. Dat is eigenlijk bij bijna iedereen hetzelfde. De rest van de voorkeuren worden later aangeleerd door ervaringen. Dat gebeurt onder invloed van verschillende processen. Smaakvoorkeuren zijn dus eigenlijk een mix van nature (aangeboren) en nurture (aangeleerd).

Fruit is van nature zoet en dus lekker; groente is daarentegen wat bitterder van smaak en wordt dus minder vaak lekker gevonden door kinderen. Dat is verklaarbaar vanuit de evolutie: Toen de mens nog meer één was met de natuur en zijn voedsel zelf verzamelde, neigde hij naar zoete dingen die – door ervaring – rijk aan energie bleken te zijn. Bittere en zure dingen waren vaak een waarschuwing van de natuur dat iets giftig kon zijn. Men paste er wel voor op om dat zomaar te nuttigen.

In de moderne tijd kunnen we alles leren eten, ook de licht bittere en zure dingen. Dat is deels een kwestie van aanbieden: 'mere exposure', ofwel herhaaldelijk blootstellen. Daarop duiden ook de spreekwoorden 'Wat de boer niet kent...' en 'Onbekend maakt onbemind'. Lust een kind iets niet, dan is het belangrijk om herhaaldelijk aan te bieden en steeds opnieuw (een paar hapjes) te laten proeven. Na een keer of tien/vijftien zal een kind het steeds lekkerder gaan vinden. Daarin moet je als ouders vasthoudend zijn. Koffie is ook zoiets, dat je echt moet leren drinken; het helpt om er eerst suiker en melk aan toe te voegen. Voorkeuren zijn behalve van smaak ook van andere dingen afhankelijk; van de context, van of iets stoer is of status heeft, van de beloning die in het verschiet ligt (bijv. cafeïne geeft oppepper) et cetera. Dat speelt allemaal mee."

Over kinderen wordt gezegd dat zij makkelijk nieuwe smaken kunnen aanleren. Zijn er verschillen in smaakvoorkeur tussen kinderen en volwassenen?

"Het leermechanisme van voorkeuren aanleren speelt door alle leeftijden een rol; die leerprocessen blijven altijd in meer of mindere mate aanwezig. Kinderen houden over het algemeen wel iets meer van intens zoet. Een beker met zeer geconcentreerde limonadesiroop kan bij kinderen over het algemeen op meer bijval rekenen dan bij volwassenen. Volwassenen hebben, onder invloed van hun ervaring, een bredere range aan wat ze kennen en lusten. Voor hen is intens zoet al gauw te zoet. Ouderen verliezen soms iets van hun smaak- en geurperceptie. Daardoor kan vervlakking optreden en wordt hun smaaksensatie anders. Je zou de concentratie van smaak- en geurstoffen voor hen kunnen verhogen voor hetzelfde effect en dezelfde beleving.

Typerend voor de kinderleeftijd is dat kinderen in hun smaakontwikkeling een periode van neofobia doormaken. Neofobia staat voor de angst voor nieuw eten. Die angst kent een piek tussen het tweede en vijfde levensjaar wanneer kinderen relatief angstig zijn voor nieuwe producten. Voor ouders is dat vaak een lastige periode. Men zal als ouder meer moeite moeten doen om het kind een nieuwe smaak aan te leren. Maar het is zeker mogelijk. Ook neofobia is verklaarbaar uit de evolutie. Rond de leeftijd van twee jaar wordt een kind zelfstandiger, onder andere door een grotere mobiliteit. Woonde je in de oertijd in een grot, dan ging het kind er rond twee jaar zelf op uit. Dan was het handig dat hij niet alles zomaar in zijn mond stopte, zonder te weten of iets giftig was of niet. In dat geval was een zekere selectiviteit van levensbelang."

Kinderen houden meer van zoet; ouderen hebben bittere en zure smaken leren waarderen. Heeft u ook specifieke uitkomsten gevonden over andere smaken zoals zout en umami?

"Nee, niet specifiek. In ons onderzoek hebben we namelijk niet louter gefocust op smaak, maar ook textuur en sociale context erbij betrokken. Hoe zijn die van invloed op iets lekker vinden? Bij het nuttigen van een maaltijd spelen veel verschillende factoren mee. De smaak is heel belangrijk; maar ook, hoe voelt het aan in de mond (textuur)? Is het bekend of onbekend? Hoe zie je anderen eten? Wat eet of drink je erbij? In welke situatie eet je het? Hierbij is het voorbeeld van 'het vakantiewijntje' erg illustratief. Op vakantie dronk men elke avond een bijzonder lekker wijntje. De avondzon scheen, het terras was levendig, het gezelschap gezellig... Exact dezelfde wijn uit dezelfde partij smaakt thuis, in de winter aan de keukentafel, heel anders dan op het zomerse terras. Dezelfde wijn geeft een totaal andere beleving door de veranderde context."

Als het gaat om het mondgevoel; wat waarderen kinderen dan als het gaat om groente?

"Zonder twijfel: knapperig. Uit de literatuur blijkt dat rauwkost vaak makkelijker door kinderen gegeten wordt dan warme groenten. Denk hierbij aan wortels, komkommer, tomaatjes en dergelijke. Champignons juist niet; die zijn glibberig. Bij kinderen zijn de mond- en kaakspieren nog volop in ontwikkeling. Dan vormt een champignon een probleem, aangezien je daar moeilijker controle over krijgt. Een champignon schiet door zijn glibberige textuur makkelijk heen en weer in je mond en kan zelfs in je keel schieten. Met het risico op verstikking.

Binnen mijn promotieonderzoek hebben we onderzocht of je dit ook binnen één groentesoort terugziet. Daarvoor hebben we worteltjes en boontjes op zes verschillende manieren bereid: koken, stomen, roerbakken, grillen, frituren en pureren. Dat gaf telkens een andere textuur. De basissmaak bleef hetzelfde, maar door het bereiden veranderde de uiteindelijke smaak wel iets. Relatief knapperig werd het meest gewaardeerd. De verklaring is dat kinderen een betere mondcontrole over knapperig dan over glibberig hebben. Puree met stukjes erin werd het minst gewaardeerd. Een egaal uiterlijk bij groenten vinden kinderen fijn; dus geen bruine stukjes van het grillen of roerbakken.

Textuurvoorkeuren hangen ook af van wat je gewend bent. Een zak chips moet knapperig zijn; uit ervaring weet je dat chips dan het lekkerst zijn. IJs en yoghurt moeten zacht en romig zijn, dan zijn ze het lekkerst. Appels mogen zowel hard als zacht zijn, afhankelijk van je persoonlijke voorkeur en je ervaring met verschillende appelsoorten. Nogmaals, voor kinderen moet groente knapperig zijn om goed gewaardeerd te worden."

In welke periode van zijn leven is de mens het meest vatbaar voor het aanleren voor smaakvoorkeuren?

"Eigenlijk begint het al in de baarmoeder. Daar ontstaat de eerste invloed op de smaak van een baby. Wat de moeder eet tijdens de zwangerschap, komt via vruchtwater binnen bereik van de baby. De baby went zodoende aan het eetpatroon van de moeder. Daar vindt het eerste leren plaats. Als de moeder veel van allerlei groenten eet, zet zij in feite de lichten op groen voor het kind om later groente te leren eten. Hierdoor zal een kind later makkelijker groente kunnen appreciëren.

Er is echter nog geen overeenstemming over een mogelijk positief gevoelige periode voor het aanleren van voorkeuren. Men veronderstelt dat je in een dergelijke gevoelige periode bepaalde voorkeuren makkelijker zou kunnen aanleren. Er zijn aanwijzingen dat die periode al op jonge leeftijd aanwezig is (vóór de leeftijd van twee jaar). Maar daar staat tegenover dat gebleken is dat je je hele leven voorkeuren kunt blijven aanleren; het waarderen van de smaak van koffie, wijn en bier komt pas richting volwassenheid. Kinderen vinden dat vaak nog veel te bitter."

Heeft u tot slot nog een praktisch advies voor ouders van kinderen die geen of weinig verschillende groenten lusten?

"Creatief zijn: bereid groenten op verschillende manieren (ovenschotels, stamppot) en gebruik ook verschillende producten en smaken om mee te combineren (kruiden, ketchup). Laat het kind meehelpen bij de bereiding of laat het kind kiezen welke groente er gegeten gaat worden. Ook de context is heel belangrijk. Is het gezellig aan tafel, wordt er niet teveel druk uitgeoefend, zien kinderen hun ouders ook met smaak groente eten?

Zelfs in de neofobische periode (tussen twee en vijf jaar) kan men kinderen allerlei groenten leren eten; alleen kost dat meer tijd, creativiteit en inspanning.

Dat groente minder populair is, is biologisch bepaald. Het is van nature niet zoet en het bevat weinig energie. Deze nadelen, ten opzichte van bijvoorbeeld fruit, zul je moeten compenseren met meer leer-inspanning. Blijf het dus gewoon proberen. Want het leermechanisme blijft aanwezig, een heel leven lang."

Informatiemap nu digitaal beschikbaar!

informatiemapBent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar digitale updates van (delen van) de inhoud. Bekijk de complete informatiemap op www.suikerwetenschap.nl

 

Abonneer op updates

deel deze pagina