logo KSV groot transparant

 Onderzoek         Contact  FAQ

Signalen van verzadiging laten zich makkelijk verstoren

signalenvanverzadigingInterview met prof.dr.ir. Kees de Graaf

Prof. De Graaf is hoogleraar Sensoriek en Eetgedrag aan Wageningen Universiteit en doet regelmatig onderzoek naar smaak, eetgedrag en verzadiging.

signalenvanverzadiging

Interview met prof.dr.ir. Kees de Graaf

Prof. De Graaf is hoogleraar Sensoriek en Eetgedrag aan Wageningen Universiteit en doet regelmatig onderzoek naar smaak, eetgedrag en verzadiging. 

 

Hoe smakelijk een maaltijd ook is, men stopt normaliter automatisch met eten zodra men verzadigd is. Hoe werkt verzadiging?

"Verzadiging kun je definiëren als de afwezigheid van de motivatie om te eten. In die zin kun je honger, trek, zin en eetlust definiëren in termen van aanwezigheid van de motivatie om te eten. Die motivatie om te eten is eigenlijk een cascade van gebeurtenissen. Het begint met een lege maag en verschillende niveaus van hormonen. Bij honger informeert het maag-/ darmkanaal de hersenen over de afwezigheid van voedsel. Dan krijgt men trek, gaat men op zoek naar eten en gaat men eten. Wanneer het eten in de maag en later in de darm terechtkomt, gaan er weer signalen naar de hersenen. Net zo lang tot het sein 'vol' komt, waarna men stopt met eten. Vervolgens gaat het proces van verteren verder, waarbij de nutriënten in het bloed komen. Dat wordt ook gemonitord, en weer gaan er signalen naar de hersenen. Komt het sein dat de maag leeg is, dan begint het hele proces weer overnieuw. Verzadiging is dus afhankelijk van verschillende factoren op chemisch niveau, op mechanisch niveau evenals op belevingsniveau. Verzadiging is hierdoor een complex samenspel dat ook verstoringen kent. Van oudere mensen is bijvoorbeeld bekend dat zij vaak minder trek hebben in eten (anorexic of aging), terwijl er ook mensen zijn die juist overmatig honger hebben (bijv. Prader Willi-Syndroom). Zij hebben een continue behoefte aan eten. Dan is er ook nog een kleine groep mensen bij wie de leptineproductie (leptine is een hormoon dat eetlust onderdrukt) afwezig is. Zij kunnen letterlijk en figuurlijk blijven eten; wat een ongezonde situatie oplevert. Verstoorde verzadiging door leptinetekort komt overigens maar bij een zeer klein percentage van mensen voor."

Wat zijn de signalen van verzadiging?

"Allereerst bepaalt het volume van wat je eet, wanneer je je verzadigd voelt. Zeg maar, of je 'vol' zit. Maar volume is niet alleen bepalend voor verzadiging. Als je een reep chocolade van 60 gram helemaal opeet, kun je je vol voelen, maar daarmee is fysiek nog niet je gehele maag gevuld. Ook het energiegehalte en de smaak zijn bepalend voor verzadiging. En vind je iets niet bijzonder lekker, dan heb je daar eerder genoeg van, dan van je lievelingsmaal. Het is niet één-twee-drie verklaarbaar hoe en waarmee men verzadigd raakt.

Wat wel goed te zien is, is dat de signalering van verzadiging redelijk makkelijk te verstoren is door externe prikkels. Zo is weinig aandacht geven aan de maaltijd niet optimaal voor het herkennen van het verzadigingspunt. Anders gezegd, wanneer iemand afgeleid wordt, dan valt verzadiging hem niet goed op. Kijk je samen met vrienden naar een belangrijke voetbalwedstrijd op televisie, dan neem je ongemerkt meer bier en chips tot je, dan wanneer je met een zak chips en een flesje bier alleen aan de eettafel zou gaan zitten. Dit verschilt overigens wel per persoon; de één is gevoeliger voor dit soort verstoringen dan de ander.

Qua leeftijd weten kinderen vaak beter hun energie-inneming richting verzadigingspunt te reguleren dan volwassenen. Dit is echter een gradueel verschil, in die zin dat het verschil niet altijd duidelijk kan worden gemeten. Dat reguleren kunnen kinderen van kleins af aan. Een baby die borst gevoed wordt, gaat over het algemeen alleen op zijn eigen interne signalen af om te bepalen of hij genoeg heeft. Een baby die fles gevoed wordt, krijgt de aandrang van de ouder om 'het flesje leeg te maken' er gratis bij...

Wanneer een kind ouder wordt, leert hij allerlei associaties te leggen wat betreft sensorische signalen. Hij wordt sterk geconditioneerd door wat hij proeft, ruikt, hoort e.d., onder andere ook door visuele prikkels. Zo is er ooit een experiment gedaan met de 'bottomless bowl'. Daarbij aten proefpersonen soep uit een kom 'die nooit leeg raakte'. Zij gingen daarbij af op visuele indrukken (zoals: er is soep genoeg) en zij aten 75% meer dan proefpersonen bij wie de 'bowl' wel steeds leger raakte, naarmate men er soep uit at. De verbinding tussen dit soort cues en de hoeveelheid voeding die je tot je neemt kan zeer sterk zijn."

Hoe kan men het gevoel van verzadiging laten toe- of afnemen? Ofwel, kan men verzadiging sturen, bijvoorbeeld in het kader van preventie overgewicht?

"Ten aanzien van sturing van verzadiging is een belangrijke rol weggelegd voor de textuur van voeding. Vloeibare calorieën worden sneller gegeten, waardoor het verzadigingspunt minder goed wordt opgemerkt. Vaste materie vereist over het algemeen meer actie in de mond, waarbij het sliktempo automatisch omlaag gaat en het verzadigingspunt wellicht beter kan worden opgemerkt. Eten met aandacht voor elke hap, ofwel mindful eten, zou een stap in de richting van bewustere verzadiging kunnen zijn. Wanneer men verzadiging goed herkent, zou dit mogelijk kunnen helpen bij preventie van overgewicht. Maar er zijn bij mijn weten nog geen (literatuur)studies die hiervoor onomstotelijk bewijs leveren."

Nu zijn er grote en kleine eters; de één kan met gemak twee borden warm eten wegwerken, terwijl de ander na een half bord zijn bestek terzijde legt omdat hij genoeg heeft. Bestaat er zoiets als een 'setpoint', een persoonlijk verzadigingspunt?

"Een grote eter is er waarschijnlijk aan gewend om sinds langere tijd veel te eten. Gedrag wordt na veel herhaling een gewoonte, een gewenning. Dat geldt ook voor een kleine eter. In de hoeveelheid voeding die je tot je neemt, kun je een verandering aanbrengen. Dat is dan ook weer een kwestie van gewenning. Iemand die wil afvallen zou om te beginnen kleinere porties kunnen proberen. Met significant minder energie-inneming als welkom effect.

Naast gedrag speelt ook de biologie een rol; neem een grote man versus een kleine vrouw. De eerste zal qua fysiek veel meer kunnen eten dan de tweede. Dat is biologisch bepaald.

Ook moeten we persoonlijke sturing niet vergeten. Er zijn mensen die zich consequent 'volproppen' of overeten. Dit proces zit om wat voor reden dan ook in hen en is moeilijk af te leren. Een persoonlijk verzadigingspunt is aldus afhankelijk van meerdere factoren."

Tot slot nog dit: in 2010 is de zogeheten VaVo-studie van start gegaan. Hierin doet men onderzoek naar de invloed van de eerste aanbieding van groente en fruit aan baby's op hun latere eetgewoonten. Wat verwacht u van dit onderzoek?

"Eigenlijk weten we al dat de eerste blootstelling aan groente en fruit heel bepalend is voor latere voorkeuren. Kleine kinderen kunnen, na herhaaldelijk aanbieden, nog makkelijk nieuwe smaken leren waarderen. Maar we weten bijvoorbeeld nog niet of daar differentiatie in zit ten aanzien van bepaalde soorten groente of fruit. Dat wordt nog spannend. Het onderzoek zelf is in elk geval heel boeiend en leuk om uit te voeren. De ouders krijgen de beelden van het aanbieden van de eerste hapjes op dvd mee naar huis. De gezichtsmimiek van de baby's is namelijk onbetaalbaar! De eerste resultaten van het onderzoek worden nu verwerkt; ik verwacht zeker dat er (nieuwe) praktijkadviezen uit gegenereerd kunnen worden."

Informatiemap nu digitaal beschikbaar!

informatiemapBent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar digitale updates van (delen van) de inhoud. Bekijk de complete informatiemap op www.suikerwetenschap.nl

 

Abonneer op updates

deel deze pagina