logo

 Onderzoek         Contact  FAQ

Verslaving

Bij mensen bestaat suikerverslaving fysiologisch gezien niet. Het houden van en/of meer gericht zijn op zoete producten komt wel voor.

Het gaat daarbij vooral om gewoontegedrag dat is aangeleerd door conditionering van positieve prikkels afkomstig van iets lekkers aan de context of gebeurtenis waarin dat lekkers werd genuttigd; dat is helemaal niet specifiek voor suiker.

De feiten

  • Een verslaving kenmerkt zich door hevige verlangens naar de verslavende stof, het opbouwen van tolerantie voor de stof en het ontstaan van onthoudingsverschijnselen wanneer de inname minder is of stopt.
  • Bijna een op de vijf Nederlanders krijgt in zijn leven te maken met een alcohol- of drugsprobleem, in die zin dat ze ervan afhankelijk zijn of er te veel van gebruiken. (RIVM, 2014)
  • Van de mensen die in de verslavingszorg terechtkomen, komt 47 procent voor een alcoholprobleem,  voor heroïne- en cannabisverslaving is dit respectievelijk 16 en 15 procent. (RIVM, 2014)
  • De hersenen geven (onder andere) bij het gebruik van drugs meer dopamine af. Dopamine is een neurotransmitter die betrokken is bij verschillende functies in de hersenen, waaronder de aansturing van de ervaring van genot en blijdschap vanuit het beloningscentrum.
  • De hersenen spelen een belangrijke rol bij verslaving. Door drugsgebruik ontstaan structurele veranderingen in de hersenen.

Vraag en antwoord

Wat is verslaving en wanneer ben je verslaafd?

Bij een verslaving verliest de gebruiker de controle over het gebruik van een middel en treedt er lichamelijke en/of geestelijke afhankelijkheid op. Een belangrijk kenmerk van verslaving is tolerantie voor het middel; er is een steeds grotere dosis nodig om hetzelfde effect te bereiken. Bovendien ervaart de verslaafde serieuze, onontkoombare lichamelijke ontwenningsverschijnselen wanneer de inname van het middel lager is of stopt. De onderliggende oorzaak hiervan ligt in de hersenen.

Achtergrondinformatie

In Nederland stelt men, net als in veel andere landen, verslaving vast aan de hand van de zogenaamde Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, versie 5 (DSM-5). DSM is het  Amerikaans diagnostisch en statistisch handboek voor psychische stoornissen dat in de meeste landen, waaronder Nederland, als standaard dient in de psychiatrische diagnostiek. DSM was noodzakelijk om meer uniformiteit te brengen in het stellen van diagnoses, zoals depressie, psychose en verslaving. DSM-1 verscheen in 1952 en is in de loop van de tijd diverse malen aangepast aan nieuwe inzichten. In de meest recente versie uit 2013, DSM-5, staat verslaving beschreven als ‘stoornissen in het gebruik van middelen’. In DSM-5 wordt verslaving aan de hand van elf criteria vastgesteld en onderverdeeld in drie niveaus. Bij twee tot vier criteria is de stoornis in het gebruik van middelen mild, bij vier of vijf matig en bij zes of meer ernstig.

De elf criteria voor verslaving volgens DSM-5 zijn:

  • Gebruik in grotere hoeveelheden of over een langere periode dan gepland was.
  • Er is een aanhoudende wens of er zijn mislukte pogingen om te minderen of te stoppen.
  • Veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen, gebruiken of herstellen van het middel.
  • Er is een sterk verlangen om het middel te gebruiken.
  • Door gebruik tekortschieten op het werk, school of thuis.
  • Blijven gebruiken ondanks dat het sociale problemen met zich meebrengt.
  • Het opgeven van hobby’s, sociale activiteiten of werk door het gebruik.
  • Blijven gebruiken, zelfs wanneer men daardoor in gevaar komt.
  • Blijven gebruiken, ondanks weet hebben dat het gebruik lichamelijke of psychische problemen met zich meebrengt of verergert.
  • Grotere hoeveelheden nodig hebben om het effect nog te voelen, oftewel tolerantie.
  • Het optreden van onthoudingsverschijnselen, die minder hevig worden door meer van de stof te gebruiken.

Suiker en andere voedingsstoffen komen niet voor in DSM-5 als (potentieel) verslavende stoffen.

Lees de details in:

http://www.psychiatry.org/

.

lees verder »

Wat zeggen de onafhankelijke instellingen over suiker & verslaving?

Er is geen enkele onafhankelijke wetenschappelijke instelling die suiker als verslavende stof classificeert. 

Achtergrondinformatie

NeuroFAST (The integrated neurobiology of food intake, addiction and stress) is een multidisciplinair project met de klinische en biologische expertise van dertien verschillende partners in zeven EU-landen. Het project – gefinancierd door de Europese Unie – heeft als doel om hersenmechanismen in relatie tot eetgedrag, verslaving en stress te onderzoeken. In februari 2013 kwamen de onderzoekers bij elkaar om over voeding en verslaving te discussiëren. Dit leidde tot een consensusverklaring waarbij de onderzoekers tot de volgende conclusies kwamen:

  • Op basis van de huidige wetenschappelijke onderzoeken kan niet geconcludeerd worden dat een voedingsstof via specifieke neurobiologische mechanismen verantwoordelijk is voor overeten en het ontstaan van obesitas.
  • Er is geen bewijs dat een specifieke voedingsstof, ingrediënt of additief tot verslaving van een stof leidt. Hierbij is cafeïne de enige uitzondering, die in potentie verslavend kan zijn. In dit verband beschouwt men alcohol niet als een voedingsstof.
  • Verslavend (over)eten is  niet te vergelijken met verslaving veroorzaakt door stoffen die via specifieke mechanismen verslavend werken zoals nicotine, cocaïne, opioïden, en cannabidoïden.
  • Verslavingsachtig eetgedrag kan, in uitzonderlijke gevallen, veroorzaakt worden door een genetische mutatie waarbij  een groter hongergevoel en minder verzadiging optreedt.

Lees de details in:

http://www.neurofast.eu/digitalAssets/1455/1455240_consensus.pdf

Hebebrand, J. et al. “Eating addiction”, rather than “food addiction”, better captures addictive-like eating behavior. Neurosci. Biobehav. Rev. 47, 295–306 (2014).

lees verder »

In hoeverre spelen de hersenen een rol bij verslaving?

De hersenen spelen een grote rol bij verslaving. Elke drug heeft een specifieke invloed en werking op de hersenen via verschillende neurotransmittersystemen, maar allemaal hebben ze invloed op dopamine. Dopamine is een neurotransmitter die betrokken is bij verschillende functies in de hersenen, waaronder de aansturing van de ervaring van genot en blijdschap vanuit het beloningscentrum. Onder meer door het gebruik van drugs wordt er in de hersenen meer dopamine afgegeven. Dit geeft drugsgebruikers een goed gevoel. Verslaafd zijn aan een stof staat echter niet gelijk aan dopamine-afgifte, maar wordt gekenmerkt door toxische effecten en/of structurele veranderingen op receptorniveau in de hersenen.

Achtergrondinformatie

In tegenstelling tot suiker veroorzaken verslavende stoffen aanzienlijke structurele veranderingen in het deel van de hersenen dat betrokken is bij verslaving; het meso-corticale en meso-limbische systeem. Door voortdurende blootstelling aan een verslavende stof kan daardoor een verhoogde sensitisatie van de receptoren optreden, waardoor men gevoeliger wordt voor de stof en hevige verlangens (hunkering) naar de stof ontstaan. Daarnaast ontstaat tolerantie voor de stof;  het aantal receptoren neemt af, waardoor steeds meer van de stof nodig is om hetzelfde effect te bereiken. De lichamelijke afhankelijkheid kenmerkt zich door onthoudingsverschijnselen wanneer de inname lager is of stopt.

Lees de details in:

National Institute on Drug Abuse. Drug Abuse & Addiction. http://www.drugabuse.gov/

Hersenstichting Nederland. https://www.hersenstichting.nl/

De Vries, T. J. & Shippenberg, T. S. Neural Systems Underlying Opiate Addiction. J Neurosci. 22, 3321–3325 (2002).

Vandershuren, L. & Kalivas, P. Alterations in dopaminergic and glutamatergic transmission in the induction and expression of behavioral sensitization: a critical review of preclinical studies. Psychopharmacology. 151, 99–120 (2000).

lees verder »

Hoeveel mensen in Nederland krijgen met een alcohol- of drugsprobleem te maken?

Bijna een op de vijf Nederlanders krijgt in zijn leven te maken met een alcohol- of drugsprobleem, in die zin dat ze ervan afhankelijk zijn of er te veel van gebruiken. (RIVM, 2014)

Achtergrondinformatie

In een Nederlandse studie van De Graaf et al. is de life-time prevalentie van misbruik en afhankelijkheid van alcohol of drugs onder 18 tot 64-jarigen geschat op 19,1%. Verslaving is daarmee, na angst- en stemmingsstoornissen, de meest voorkomende psychische aandoening. Van de mensen die in de verslavingszorg terechtkomen, komt 47 procent voor een alcoholprobleem, voor heroïne- en cannabisverslaving is dit respectievelijk 16 en 15 procent.

Lees de details in:

Suijkerbuijk et al. De kosteneffectiviteit van interventies gericht op verslaving aan alcohol en middelen - Een review van de literatuur. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2014)

De Graaf et al. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking: Trimbos Instituut, 2010.

lees verder »

Is suiker verslavend?

Bij mensen bestaat suikerverslaving fysiologisch gezien niet. Het houden van en/of meer gericht zijn op zoete producten komt wel voor. Het gaat daarbij om gewoontegedrag dat is aangeleerd door conditionering van prikkels die met ‘houden van zoet’ te maken hebben, niet specifiek met suiker. Suiker is dus niet verslavend. 

Achtergrondinformatie

Er zijn geen aanwijzingen dat suiker bij mensen via neurobiologische mechanismen verslavend werkt. De voorkeur voor zoet en en de consumptie van suiker neemt juist af naarmate men ouder wordt, terwijl bij een verslaving tolerantie optreedt en steeds grotere hoeveelheden van de stof nodig zijn. Uit een onderzoek van Weingarten en Elson blijkt dat veel mensen weleens hevige verlangens ervaren naar bepaalde voedingsmiddelen. Vrouwen verlangen het vaakst naar chocolade, mannen naar pizza. Hevige verlangens naar alleen zoete smaak, zoals gezoete koolzuurhoudende frisdrank, wordt niet gerapporteerd. Ook is het ervaren van hevige verlangens naar bepaalde voedingsmiddelen niet geassocieerd met het onthouden ervan, zoals je zou verwachten bij een verslavende stof.  De hunkering hangt wel samen met stemming (verveling, angst en/of ongelukkig voelen). De tijdstippen waarop men hevige verlangens naar voedingsmiddelen ervaart komen ook niet overeen met die van verslavende stoffen. Hevige verlangens naar nicotine van een roker, of alcohol van een alcoholverslaafde vinden vooral plaats in de ochtend. Dit past in het verslavingsmodel, en de bijbehorende ontwenningsverschijnselen na een relatief lange onthouding tijdens de nachtrust. Hevige verlangens naar voedingsmiddelen vinden echter vooral plaats aan het einde van de middag en het begin van de avond. Ook treden er geen onthoudingsverschijnselen op wanneer men geen of minder suiker eet.

Lees de details in:

Benton, D. The plausibility of sugar addiction and its role in obesity and eating disorders. Clin. Nutr. 29, 288–303 (2010).

Weingarten, H & Elston, D. Food cravings in a college population. Appetite. 17(3), 167–75 (1991).

lees verder »

Afdrukken

Position paper suiker & verslaving

infokick icon
Infokick: Suiker en verslaving
Prof.dr. Rob Markus, bijzonder hoogleraar Neuropsychologie, Maastricht University.

De rol van suiker

  • Geen enkele onafhankelijke wetenschappelijke instelling classificeert suiker als een verslavende stof. Suiker komt dan ook niet voor in DSM-5 als (potentieel) verslavende stof.
  • Dopamine-afgifte in de hersenen na de inname van voeding, waaronder suiker, is een normale, alledaagse fysiologische reactie die ook plaatsvindt bij onder andere het ervaren van liefde, het luisteren naar mooie muziek, het zien van een lachend gezicht en humor.
  • Veel mensen hebben weleens hevige verlangens naar bepaalde voedingsmiddelen. Dit zijn vooral hartige producten en producten met een zoet-vet combinatie. Hevige verlangens naar alleen zoet, zoals frisdrank of suikerklontjes, wordt niet gerapporteerd.
  • Pasgeborenen hebben een aangeboren voorkeur voor zoet. Deze voorkeur stamt waarschijnlijk uit het feit dat in de natuur een zoete smaak een goede voorspeller is van energie.
  • Kinderen hebben een sterke voorkeur voor zoet. Bij het ouder worden neemt deze voorkeur af en wordt ook minder suiker geconsumeerd. 

Nieuwsbrief: suiker in perspectief

sip39

Voedingsmiddelen die in de winkel een plek krijgen op basis van hun gezamenlijke ingrediënten! Verse tomaten en tomaten in blik, en druiven en wijn die vlak bij elkaar staan! Dat is de ‘supermarkt van de toekomst’. De klant die een product uit het schap pakt en voor de spiegelende schermen houdt, krijgt via sensoren informatie over bijvoorbeeld voedingswaarde, bestrijdingsmiddelen en allergenen. Lees in deze ‘Suiker in perspectief editie 39’ ook de andere verhalen over onderzoek in de supermarkt. 

Nieuwe Infokicks: informatieve filmpjes over suiker

Maakt suiker nu dik of niet? Is suiker verslavend? En waarom zit er eigenlijk suiker in voedingsmiddelen? Om uitleg en antwoord te geven op dergelijke vragen heeft Kenniscentrum suiker & voeding in samenwerking met wetenschappers op dit gebied een vijftal informatieve filmpjes gemaakt.

Bekijk alle infokicks

Informatiemap

informatiemapBent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar een update van (delen van) de inhoud.

Vraag gratis aan

deel deze pagina