logo

 Onderzoek         Contact  FAQ

Kinderen

Een gevarieerde voeding op basis van de Richtlijnen goede voeding 2006 van de Gezondheidsraad zorgt vanaf de leeftijd van één jaar voor alle voedingsstoffen, met uitzondering van vitamine D. Voedingsmiddelen als bijvoorbeeld groente, fruit, brood en aardappelen vormen de basis. Ga naar het thema kinderen

Deze voedingsmiddelen leveren energie en zijn nodig voor de voorziening van essentiële voedingsstoffen. Naast een adequate inname van basisvoedingsmiddelen is er speelruimte voor extra’s zoals snoep en frisdrank. Het aantal calorieën van de extra’s is afhankelijk van de mate van lichaamsbeweging. Ouders bepalen wat en wanneer er wordt gegeten, de kinderen zelf kiezen de hoeveelheden. Kinderen die een goed voorbeeld krijgen van hun ouders zullen later ook vaker gezond eten (en voldoende bewegen). U vindt onder andere informatie over de aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen voor diverse leeftijdsgroepen, de achtergronden over tussendoortjes, over gezond gewicht bij kinderen en het antwoord op de vraag of frisdrank past in een gezond voedingspatroon.

De feiten

  • In Nederland wonen ruim 3.870.000 kinderen en jongeren in de leeftijd van 0-20 jaar (CBS maart 2014).
  • 13% van de 11-jarigen Nederlandse kinderen heeft overgewicht (WHO 2013 – 2009-2010 HBSC study).
  • 80% van de 11-jarigen Nederlandse kinderen doet 2 of meer uur per week buiten schooltijd aan sport (WHO 2013 – 2009-2010 HBSC study).
  • In de leeftijdscategorie 7-18 jaar eet slechts 1-2% de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid groente (VCP 2007-2010).
  • De consumptie van fruit ligt met 62-89 gram per dag ook ver beneden de aanbeveling.
  • Jongeren (7-18 jaar) eten (zowel relatief als absoluut) meer suikers dan volwassenen.
  • In hun voeding leveren alle mono- en disachariden bij elkaar gemiddeld 26% van de energie.
  • Bijna een derde (31%) van de jongeren in de leeftijd van 10-19 jaar heeft ooit gerookt (TNS-NIPO 2013).
  • De meeste kinderen – zowel de jonge als de oudere – eten te veel verzadigd vet en te weinig vis.

Vraag en antwoord

Welke voedingsmiddelen (en hoeveel) hebben kinderen nodig?

De Richtlijnen goede voeding (Gezondheidsraad 2006) zijn bedoeld om de overheid een leidraad te geven bij het ontwikkelen van gezondheidsbeleid. Voor de dagelijkse praktijk is het nodig dat de richtlijnen worden vertaald in aanbevolen hoeveelheden van voedingsmiddelen. Dat zijn de Richtlijnen voedselkeuze (2011), opgesteld door het Voedingscentrum.

Een gevarieerde voeding op basis van die richtlijnen zorgt vanaf de leeftijd van één jaar voor alle voedingsstoffen. Vitamine D is hierop een uitzondering, omdat deze grotendeels onder invloed van de zon in de huid wordt aangemaakt.

Achtergrondinformatie

Een gevarieerde voeding op basis van de Richtlijnen goede voeding zorgt voor de aanvoer van voldoende essentiële voedingsstoffen. Deze voedingsstoffen worden geleverd door voedingsmiddelen als groente, fruit, brood, aardappelen, vlees, vis, zuivel, vetten en dranken voor de vochtbalans. Dit vormt de basis. De hoeveelheden variëren, afhankelijk van de leeftijd. Die moeten nadrukkelijk als een globale leidraad worden beschouwd. Het is belangrijk om kinderen te laten genieten van het dagelijkse eten, hen te vertellen over de achtergronden van verse producten en informatie te geven over voeding en bewegen. Maak ze nieuwsgierig. De kans is groot dat ze zo gezonde eters worden die plezier hebben in eten en drinken. Eetgewoonten worden op jonge leeftijd gevormd, terwijl volwassenen vaak maar moeilijk zijn te bewegen om vastgeroeste voedingsgewoonten te veranderen. Ouders bepalen wat en wanneer er wordt gegeten, de kinderen zelf kiezen de hoeveelheden. Kinderen die een goed voorbeeld krijgen van hun ouders zullen later ook vaker gezond eten (en voldoende bewegen). De aanbevolen hoeveelheden voor de diverse leeftijdsgroep zijn een leidraad. De benodigde hoeveelheden zijn afhankelijk van lichaamsbouw, geslacht, groei en mate van lichamelijke activiteit. De kleinste hoeveelheden passen over het algemeen bij de jongste kinderen; de grootste bij de wat oudere.

Lees de details in:

Richtlijnen goede voeding 2006

Richtlijnen Voedselkeuze

Gubbels, J.S. (2010). Influence of micro-environments on pre-school children's energy balance-related behaviours and weight status. Maastricht University.

 

Leidraad hoeveelheden voedingsmiddelen per dag: 1-3 jaar

Het is voor kinderen vooral belangrijk wat ze eten en wanneer, zonder dat er te veel wordt gegeten. Gezonde (jonge) kinderen weten meestal van nature hoeveel ze nodig hebben. Eten opdringen wordt afgeraden (Kneepkens, 2008). Het is ook niet aan te raden om bepaalde producten (zoals snacks en snoep) te verbieden als ze wel in huis zijn, omdat het kan leiden tot ‘overeten’ als ‘verboden’ voedsel wel beschikbaar is.

voedingsmiddel hoeveelheid
Groente 1-2 opscheplepels
Fruit 1-2 stuks
Brood 2-4 sneetjes
Aardappelen (rijst of pasta) 1 opscheplepel
Vlees (vis, kip of ei) 50 gram gaar
Kaas ½ plakje
Vleeswaar ½ plakje
Melk en melkproducten 2 bekers
Margarine/halvarine 5 gram/sneetje brood; 15 gram bereiding
Vocht ¾ liter (inclusief melkproducten)

Lees de details in:

Kneepkens CMF. Voedingsadvisering bij jonge kinderen. Assen: Van Gorcum, 2008.

 

Leidraad hoeveelheden voedingsmiddelen per dag: 4-11 jaar

Bij het ouder worden breidt de sociale omgeving van kinderen zich uit. De beschikbaarheid van eten en drinken wordt groter en er zijn steeds meer factoren uit de omgeving die het eetgedrag beïnvloeden.

voedingsmiddel hoeveelheid
Groente 2-3 opscheplepels
Fruit 1-2 stuks
Brood 3-5 sneetjes
Aardappelen (rijst of pasta) 1-4 opscheplepels
Vlees (vis, kip of ei) 50-75 gram gaar
Kaas ½-1 plakje
Vleeswaar ½-1 plakje
Melk en melkproducten 2 bekers
Margarine/halvarine 5 gram/sneetje brood; 15 gram bereiding
vocht 1½ liter (inclusief melkproducten)

Leidraad hoeveelheden voedingsmiddelen per dag: 12-19 jaar

Met het merendeel van de Nederlands jongeren gaat het goed, maar emotionele problemen, roken, gebruik van alcohol en drugs, kunnen de oorzaak zijn van ongezond gedrag en daarmee van ongezonde eetgewoonten. De rol van ouders, gedrag van leeftijdsgenoten en het zich verbonden voelen met ouders en school, kan bescherming bieden tegen ongezond gedrag.

voedingsmiddel hoeveelheid
Groente 3-4 opscheplepels
Fruit 2 stuks
Brood 5-8 sneetjes
Aardappelen (rijst of pasta) 4-6 opscheplepels
Vlees (vis, kip of ei) 75 gram gaar
Kaas 1-2 plakken
Vleeswaar 1-2  plakken
Melk en melkproducten 2-3 bekers
Margarine/halvarine 5 gram/sneetje brood; 15 gram bereiding
Vocht 1½ liter (inclusief melkproducten)

Lees de details in:

Resnick MD, Bearman PS, Blum RW, Bauman KE, Harris KM, Jones J, et al. Protecting adolescents from harm: Findings from the national longitudinal study on adolescent health. Journal of the American Medical Association, 1997; 278: 823-32.

lees verder »

Wat doen consultatiebureaus om gezond eten bij kinderen te bevorderen?

Consultatiebureaus binnen de Jeugdgezondheidszorg volgen de groei en ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar. Consultatiebureauartsen en -medewerkers geven de ouders advies over een gezonde leefstijl. Ze besteden aandacht aan de voeding maar ook aan het belang van voldoende bewegen.

Achtergrondinformatie

De Nederlandse consultatiebureaus volgen de groei en ontwikkeling van kinderen. Ze adviseren ouders en verzorgen over gezonde voeding en geven informatie over het eetgedrag dat past bij de leeftijd. Bij het signaleren van problemen worden ouders extra begeleid en zo nodig doorverwezen. Onjuiste voeding kan leiden tot achterblijvende groei, ondergewicht, overgewicht, darmproblemen en tandbederf. Diarree kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van te veel vruchtensappen (vooral appelsap), obstipatie kan ontstaan door te weinig voedingsvezels en/of te weinig vocht.

Lees de details in:

JGZ-richtlijn Voeding- en eetgedrag, Utrecht 2013

lees verder »

Hoe gezond of ongezond eten kinderen?

Uit onderzoek (Voedselconsumptiepeiling 2005-2006) blijkt dat er maar weinig jonge kinderen (2-5 jaar) zijn die voldoende groente of fruit eten. Het merendeel van de peuters van 2-3 jaar eet minder dan de aanbevolen 50 gram groente per dag en bijna niemand van de kleuters van 4-6 jaar voldoet aan de aanbeveling van 100 gram groente. Bovendien eten ze ook onvoldoende fruit. Ook 7-18-jarigen eten onvoldoende groente en fruit (Voedselconsumptiepeiling 2007-2010). De meeste kinderen – zowel de jonge als de oudere – eten te veel verzadigde vetten en te weinig vis.

Achtergrondinformatie

Uit de Voedselconsumptiepeiling Jonge kinderen (2005/2006) blijkt dat kinderen van 2 tot 6 jaar niet voldoende groente, fruit, vis en vezels eten (Ocké, 2008). De aanbevolen hoeveelheid fruit wordt door 19% van de 2- tot 3-jarigen en 21-30% van de kinderen tot 8 jaar gehaald. De 4- tot 6-jarigen halen zelden de aanbevolen hoeveelheid groente. Meisjes blijken zowel op de basisschool als in het voortgezet onderwijs vaker groente en fruit te eten dan jongens. De richtlijn om twee keer per week vis te eten haalt 9% van de kinderen, 24% eet nooit vis. Kinderen met hoogopgeleide ouders eten meer groente, fruit en vezels dan kinderen met lager opgeleide ouders.

De onderzoekers hebben ook gekeken of er verschillen zijn tussen basisschoolleerlingen en leerlingen in het voortgezet onderwijs. De meerderheid van de basisschoolleerlingen (ruim 92%) en adolescenten (ruim 85 %) zegt iedere doordeweekse dag te ontbijten. Bij meisjes op de basisschoolleeftijd is een positieve samenhang tussen lijngericht eten en het overslaan van het ontbijt (Van Strien en Oosterveld 2008). Er zijn bij basisschoolleerlingen en leerlingen in het voortgezet onderwijs geen verschillen gevonden in het eten van groente, snoep en chocola. Circa 35% van de scholieren eet dagelijks groente, 33% eet elke dag snoep of chocola, 21% van de basisschoolleerlingen en 36% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs gebruiken dagelijks frisdrank (Van Dorsselaer, 2010).

Consumptie van fruit, groente, vis, suiker en snoep onder Nederlandse jongeren (Voedselconsumptiepeiling 2007-2010)

  Fruit Groente Vis Suiker en snoep
7-8 jaar        
Mediaan g/dag 72 55 0 70
Consumptiedagen (%)   58 70 7 95
         
9-13 jaar (♂/♀)        
Mediaan g/dag  64 / 70 68 / 62 0 / 0 70 / 67
Consumptiedagen (%) 53 / 66 72 / 75 9 / 8 93 / 94
         
14-18 jaar (♂/♀)        
Mediaan g/dag 50 / 69 86 / 82 0 / 0 52 / 44
Consumptiedagen (%) 53 / 61 77 / 79 9 / 9 85 / 87
  • De mediaan is de middelste waarde in een reeks metingen.
  • Met consumptiedagen (%) wordt het aantal dagen per 100 bedoeld waarop een product uit de voedselgroep is gegeten.
  • Onder suiker en snoep vallen ook honing en jam.

Lees de details in:

Ocké MC et al. Dutch National Food Consumption Survey - Young Children 2005/2006. RIVM-rapport 350070001. Bilthoven: RIVM, 2008.

Strien, T. van & Oosterveld, P. (2008). The Children's DEBQ for Assessment of Restrained, Emotional and External Eating in 7-to 12-Year-Old Children. International Journal of Eating Disorders 41(1): 72-81.

Dorsselaer S van, et al. Gezondheid, welzijn, opvoeding van jeugd in Nederland. Utrecht: Trimbos, 2010.

lees verder »

Is het waar dat er een toenemend aantal kinderen met overgewicht is?

Uit gegevens van professionals die lengte en gewicht van Nederlandse kinderen en jongeren (2-20 jaar) hebben gemeten in de Vijfde Landelijke Groeistudie (2010), blijkt dat overgewicht en obesitas in de periode 1997- 2010 zijn toegenomen. Dat geldt voor zowel jongens (van 9% naar 13%) als meisjes (van 12% naar 15%). Ook bij de Marokkaanse en Turkse jeugd is (ernstig) overgewicht toegenomen. Allochtone kinderen en jongeren hebben vaker overgewicht dan hun autochtone leeftijdgenoten. Hoewel het aantal kinderen met overgewicht op landelijk niveau in 1997-2010 steeg is dit in 2010 in de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag) bij Nederlandse kinderen gestabiliseerd. Uit een recenter onderzoek bij meer dan 73000 Haagse kinderen van 3-16 jaar oud blijkt het aantal Nederlandse kinderen met overgewicht in de periode 1999-2011 van 13 naar 11% te zijn gedaald. Het aantal Turkse kinderen met overgewicht steeg van 25 naar 32%, maar is vanaf 2007 stabiel gebleven. Overgewicht bij kinderen van Marokkaanse of Surinaams-Hindostaanse afkomst bleef stabiel en was in 2011 respectievelijk 23 en 17%. De hoeveelheid kinderen met obesitas nam in deze groepen wel af. (De Wilde et al. 2014)

Achtergrondinformatie

Ook al vormt overgewicht bij kinderen in Nederland een gezondheidsprobleem, in vergelijking met andere Europese landen hebben weinig Nederlandse kinderen overgewicht. Het percentage kinderen met een te hoog gewicht is het hoogst in een aantal Zuid-Europese landen zoals Griekenland en Italië, waar meer dan 30% van de kinderen overgewicht heeft. Ook in Malta en Schotland liggen de percentages hoog. De cijfers komen van de laatste inventarisatie van de International Obesity Taskforce Prevalence (2012). Er wordt geschat dat meer dan 20% van de schoolgaande kinderen in de Europese landen overgewicht heeft. Dat betekent dat er meer dan 12 miljoen kinderen met een te hoog gewicht zijn.

Het lijkt erop dat het vóórkomen van overgewicht en obesitas (leeftijd 2-24 jaar) in Nederland inmiddels is gestabiliseerd. De cijfers uit de periode 2010-2012 (CBS Webmagazine, 2013) zijn niet veel veranderd, maar het gaat hierbij om een inventarisatie van zelfgerapporteerde cijfers!

Lees de details in:

Vijfde Landelijke Groeistudie. Leiden: TNO2010a

International Obesity Taskforce (IOTF) Prevalence Data, 2012

De Wilde JA, Verkerk PH en Middelkoop JHC. Aantal te dikke kinderen neemt langzaam af. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2014.

lees verder »

Is het nodig dat kinderen gaan lijnen?

Bij het ouder worden, besteden de meeste kinderen meer aandacht aan hun uiterlijk. Al op jonge leeftijden (9-10 jaar) ontwikkelen sommige kinderen wat wel 'lijngedrag' wordt genoemd. Ze willen graag slank zijn en letten nadrukkelijk op de samenstelling van hun voeding (met name op de calorieën van producten). Letten op wat je eet is prima, maar kinderen moeten niet gaan lijnen. Te weinig eten kan de groei vertragen. Extreem lijngedrag leidt soms tot eetstoornissen.

Achtergrondinformatie

Voor kinderen met een te hoog lichaamsgewicht is het extra belangrijk te letten op de samenstelling van de voeding. Een gezonde voeding en voldoende bewegen brengen bij vrijwel alle kinderen een gezond gewicht binnen bereik. Kinderen groeien in de lengte waardoor hun aanvankelijk te hoge gewicht geleidelijk gezonder worden voor leeftijd en lengte.

Lees de details in:

Pratt B, Woolfenden S. Interventions for preventing eating disorders in children and adolescents. Cochrane Database Syst Rev. 2002;(2):CD00289

lees verder »

Zijn er beperkingen voor reclame die zich op kinderen richt?

Reclames proberen onze aandacht en interesse te wekken, advertenties (of andere uitingen) zijn er op gericht dat we uiteindelijk tot actie (kopen en gebruiken) over gaan. Vrijwel alle consumenten zijn daar gevoelig voor. Kinderen – vooral jonge kinderen – zijn (nog) niet in staat om reclame kritisch te beoordelen. Kinderen tot zeven jaar kunnen bijvoorbeeld nog geen onderscheid maken tussen reguliere programma's op televisie en reclame. Dit geldt voor alle media. Daarom is er een beperking van reclame voor voedingsmiddelen gericht op kinderen tot zeven jaar. Uitgezonderd hierop is reclame voor voedingsmiddelen die tot stand gekomen is in samenwerking met de overheid en/of een andere erkende autoriteit op het terrein van voeding, gezondheid en/of beweging gericht op kinderen onder de zeven jaar. (Reclamecode Voor Voedingsmiddelen, artikel 8)

Achtergrondinformatie

In 2010 heeft de Stichting Reclame Code (SRC) de Reclamecode voor voedingsmiddelen van de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI) aangenomen. In die code staat een algemeen geldende beperking van reclame voor voedingsmiddelen gericht op kinderen tot zeven jaar. Ook heeft de FNLI haar lidbedrijven opgeroepen om geen reclame voor voedingsmiddelen te richten op kinderen van 7 tot 12 jaar, tenzij zij hun reclamebeleid expliciet toelichten (comply or explain principe). De naleving van de afspraken wordt jaarlijks door de Stichting Reclame Code onderzocht in opdracht van de FNLI. Daarnaast zijn nog enkele principes vastgelegd in de Reclamecode voor Voedingsmiddelen over de benadering van alle kinderen, dus ook als ze de leeftijd hebben dat ze wel onderscheid kunnen maken tussen reguliere programma's en reclame. Op basisscholen of bij naschoolse opvang mogen bedrijven niets doen met reclame voor voedingsmiddelen, ook bijvoorbeeld geen samplingacties.

lees verder »

Hoeveel moet een kind drinken?

Via eten en drinken krijgen we vocht binnen. Vocht is belangrijk voor onder andere opname en transport van voedingsstoffen en het regelen van de lichaamstemperatuur. De hoeveelheid die een kind nodig heeft, hangt af van de leeftijd, de inspanning en bijvoorbeeld de omgevingstemperatuur. Water, thee, vruchtensappen, frisdrank en zuiveldranken zijn de voornaamste leveranciers, maar ook 'vaste' voedingsmiddelen zoals groente en fruit leveren hun bijdrage.

Achtergrondinformatie

Gemiddelde aanbevolen hoeveelheid vocht per dag (liter)

Leeftijd jongens Meisjes
1-4 1,1 1,1
4-7 1,2 1,2
7-10 1,3 1,2
10-13 1,6 1,4
13-16 1,8 1,5
16-19 2,0 1,7

Water, thee en frisdranken zonder energie bevatten geen calorieën. Twee bekertjes halfvolle of magere melk, yoghurt of karnemelk is voldoende zuivel. Zuren in frisdranken vergroten de kans op beschadiging van het gebit door tanderosie. Hoe vaker het tandglazuur met zuur in aanraking komt, hoe sneller het wordt aangetast.

Lees de details in:

Voedingscentrum / Vocht

lees verder »

Past frisdrank in een gezonde voeding?

Veel van de frisdranken die te koop zijn, bevatten suiker. Kinderen houden vaak van de zoete smaak. Af en toe een glaasje fris past in een gezond voedingspatroon, maar kinderen die vaak en veel frisdrank met suiker drinken, vergroten de kans op het ontstaan van overgewicht. Ze bevatten net zo veel suiker als de gemiddelde frisdrank. Eén van de richtlijnen van de Gezondheidsraad is 'drink zo min mogelijk suikerhoudende dranken'. Suikerhoudende dranken zijn dranken met toegevoegde suikers, (verse) vruchtensappen en gezoete zuiveldranken. 

Achtergrondinformatie

Suiker is in principe niet nadelig voor de gezondheid. Maar wie veel en frequent producten met suiker gebruikt, zoals frisdranken, siropen, limonades en bijvoorbeeld vruchtendranken, loopt de kans op het ontstaan van overgewicht en tandcariës. Basisvoedingsmiddelen bijvoorbeeld groente, fruit, brood, aardappelen, melkproducten zijn een belangrijke pijler van gezond eten. De niet-basisvoedingsmiddelen zijn voedingsmiddelen met over het algemeen een hogere energiedichtheid bij een lagere voedingsstoffendichtheid. Voorbeelden zijn snacks, sommige broodbeleg, suiker en (fris)dranken. De speelruimte voor de hoeveelheid 'niet-basisvoedingsmiddelen' is afhankelijk van de porties die een kind eet en de mate van lichamelijke activiteit.

lees verder »

Is een energiedrankje nadelig?

Een energiedrankje is een frisdrank met suiker waaraan cafeïne, taurine en glucurono-lacton zijn toegevoegd. Al deze stoffen hebben een stimulerend effect. De drankjes zijn vooral populair onder jongeren. De aanbevolen veilige consumptie van cafeïne is voor zowel jongens als meisjes in de leeftijd 1 t/m 18 jaar is 2,5 milligram/kilogram lichaamsgewicht per dag. Veel cafeïne leidt bij sommige mensen tot rusteloosheid en nervositeit. Eén blikje energiedrank bevat gemiddeld net zo veel cafeïne als een kopje koffie. Voor kinderen jonger dan 13 jaar wordt het gebruik van cafeïnerijke producten door het Voedingscentrum ontraden. Voor de leeftijdscategorie 13-18 jaar is het advies 'niet meer dan één blikje per dag' te gebruiken.

Achtergrondinformatie

Vanaf 13 december 2014 is de nieuwe Europese verordening 'Voedselinformatie aan consumenten' van kracht. Dan moet op het etiket van dranken met meer dan 150 mg cafeïne per liter staan vermeld wat het cafeïnegehalte (in mg) per 100 ml is. Op het etiket is ook te lezen 'hoog cafeïnegehalte' en dat consumptie niet wordt aanbevolen voor kinderen en vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven.

Lees de details in:

EU Verordening 1169/2011

lees verder »

Hoe vaak mogen kinderen op een dag iets eten?

Om tandcariës en tanderosie te voorkomen is het belangrijk het aantal eet- en drinkmomenten te beperken tot maximaal 7 per dag (3 hoofdmaaltijden: ontbijt, lunch, avondeten en maximaal 4 tussendoortjes). Belangrijke vuistregels: na eten of drinken minstens 2 uur niets meer nemen; één uur voor het tandenpoetsen geen zure producten eten of drinken en geen voeding of dranken na het laatste tandenpoetsen of mee naar bed nemen.

Achtergrondinformatie

Een constante belasting van verteerbare koolhydraten (zowel van nature aanwezige als toegevoegde suikers en zetmeel) zorgt voor een grotere kans op tandcariës. Onze totale suikerconsumptie heeft daar niet veel mee te maken en in de laatste decennia zijn we niet aanwijsbaar minder suiker gaan eten. De Nederlandse gebitten zijn sinds de jaren '70 sterk verbeterd. Het percentage kinderen met een cariësvrij gebit nam tussen 1980 en 2009 verder toe, maar de toename was in de latere jaren steeds minder groot. Het gebruik van fluoride(tandpasta), goede mondhygiëne en niet meer dan maximaal 7 eet- en drinkmomenten zorgen daarvoor. Het Basisadvies Voeding van het Ivoren Kruis is 3 hoofdmaaltijden: ontbijt, lunch, avondeten en maximaal 4 tussendoortjes per dag. Een goede vuistregel is: na eten of drinken minstens 2 uur niets meer nemen. Het advies is om één uur voor het tandenpoetsen geen zure producten te eten of te drinken. Ook geen producten waarop staat 'ongezoet' of 'zonder toegevoegde suikers', ze bevatten vaak wel suikers die van nature in het product (bijvoorbeeld fruit) zitten. Na het laatste tandenpoetsen niet meer eten of drinken. Water zonder prik, koffie, gewone thee zonder suiker en melk zijn niet cariogeen. Dit geldt ook voor producten volledig gezoet met suikervervangers (xylitol, sorbitol, mannitol, maltitol, sucralose, aspartaam, cyclamaat en andere).

De pauzehap en –drank, het vieruurtje en de (koffie- en thee)pauze thuis, vallen onder de tussendoortjes. Afhankelijk van leeftijd is het een moment om een basisvoedingsmiddel te eten of iets extra's zoals snoep, koek, snack of frisdrank.

Lees de details in:

Advies Cariëspreventie 2011

Richtlijnen goede voeding 2006

Truin GJ, Schuller AA, Poorterman JHG en Mulder J. Trends in de prevalentie van cariës bij de 6- en 12-jarige jeugd in Nederland. Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde, 2010.

lees verder »

Hoeveel mono- en disachariden nemen jongens en meisjes in?

De mediane inname van mono- en disachariden (toegevoegd plus van nature aanwezig) is 136-153 gram per dag voor jongens in de leeftijd van 7-18 jaar. Deze hoeveelheid draagt voor 24-28 procent bij aan de gemiddelde energie-inname van jongens. Meisjes in die leeftijd hebben een mediane inname van 125-138 gram per dag en draagt voor 24-27 procent bij aan de gemiddelde energie-inname.

Mediane inname mono- en disachariden in gram per dag (g/d) en gemiddelde energiepercentages (en%)

Leeftijd Jongens (g/d (en%)) Meisjes (g/d (en%))
7-8 jaar 136 (28) 134 (27)
9-13 jaar 143 (26) 138 (27)
14-18 jaar 153 (24) 125 (24)

Achtergrondinformatie

Fruit, honing en melkproducten zijn voorbeelden van producten die van nature suikers bevatten. Toegevoegde suikers zijn bijvoorbeeld kristalsuiker. Kristalsuiker wordt 'puur' gebruikt maar zit ook in producten als ijs, ketchup en vla. Het lichaam maakt geen onderscheid in herkomst van suikers: zowel van nature aanwezige als toegevoegde mono- en disachariden worden afgebroken en omgezet tot glucose, wat vervolgens als energiebron door het lichaam wordt gebruikt. Een overmaat aan gebruik van suikers (wanneer de inname zorgt voor een calorieoverschot) kan leiden tot gewichtstoename. Echter, de Nederlandse Gezondheidsraad (Richtlijnen goede voeding 2006) en de EFSA (European Food Safety Authority) concluderen dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is om een bovengrens voor het gebruik van suikers vast te stellen. Uit onderzoek van TNO (2006) blijkt wel dat er bij meer dan 20 energieprocent toegevoegde suikers sprake is van een ongunstige ontwikkeling in de voorziening van essentiële micronutriënten, maar bij welk energiepercentage deze ontwikkeling de voorziening daadwerkelijk in gevaar brengt is niet aan te geven.

lees verder »

Wat is de inname van sacharose onder Nederlandse kinderen?

Jongens tussen de 7 en 18 jaar nemen 84-85 gram sacharose per dag in. Dit is 14-17 procent van hun dagelijkse energie-inname. De mediane inname voor meisjes van die leeftijd is 70-82 gram per dag en draagt voor 13-16 procent bij aan de energie-inname. De sacharose is van nature aanwezig (in bijvoorbeeld fruit en groente) en toegevoegd (uit bijvoorbeeld suikerbiet en suikerriet).

Mediane inname van sacharose in gram per dag (g/d) en gemiddelde energiepercentages (en%)

Leeftijd Jongens (g/d (en%)) Meisjes (g/d (en%))
7-8 jaar 84 (17) 78 (16)
9-13 jaar 85 (16) 82 (16)
14-18 jaar 85 (14) 70 (13)

Achtergrondinformatie

Sacharose (ofwel kristalsuiker/tafelsuiker) is een disacharide en bestaat uit een molecuul glucose en een molecuul fructose. Het wordt gewonnen uit suikerbiet of suikerriet, waar het van nature wordt opgeslagen als energiereserves voor de plant. Vervolgens kan de suiker worden toegevoegd aan de voeding. Ook zit suiker (sacharose) van nature in allerlei producten, zoals appels, wortelen en honing. Het lichaam maakt geen onderscheid tussen van nature aanwezige of toegevoegde suiker, beide worden afgebroken en omgezet tot glucose en op dezelfde manier verwerkt door het lichaam.

lees verder »

Afdrukken

De rol van suiker

  • Suiker is één van de koolhydraten en die hebben we elke dag nodig als energiebron.
  • Het is belangrijk dat inname (voeding) en gebruik (bewegen) in balans zijn.
  • Mits kinderen een gezonde basisvoeding gebruiken kan elk voedingsmiddel, waaronder suiker, deel uitmaken van een uitgebalanceerde voeding.
  • Om de kans op een te hoog gewicht bij kinderen te verkleinen, is het advies zowel de hoeveelheid snoep en snacks als het aantal snoepmomenten te beperken.
  • Voorbeeldgedrag van ouders heeft effect op het gedrag van hun kinderen.
  • Professionals in de jeugdgezondheidszorg adviseren om kinderen bepaald voedsel (zoals snacks, snoep) niet te verbieden, omdat het kan leiden tot 'overeten' als 'verboden' voedsel wel beschikbaar is.

Nieuwsbrief: suiker in perspectief

sip39

Voedingsmiddelen die in de winkel een plek krijgen op basis van hun gezamenlijke ingrediënten! Verse tomaten en tomaten in blik, en druiven en wijn die vlak bij elkaar staan! Dat is de ‘supermarkt van de toekomst’. De klant die een product uit het schap pakt en voor de spiegelende schermen houdt, krijgt via sensoren informatie over bijvoorbeeld voedingswaarde, bestrijdingsmiddelen en allergenen. Lees in deze ‘Suiker in perspectief editie 39’ ook de andere verhalen over onderzoek in de supermarkt. 

Nieuwe Infokicks: informatieve filmpjes over suiker

Maakt suiker nu dik of niet? Is suiker verslavend? En waarom zit er eigenlijk suiker in voedingsmiddelen? Om uitleg en antwoord te geven op dergelijke vragen heeft Kenniscentrum suiker & voeding in samenwerking met wetenschappers op dit gebied een vijftal informatieve filmpjes gemaakt.

Bekijk alle infokicks

Informatiemap

informatiemapBent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar een update van (delen van) de inhoud.

Vraag gratis aan

deel deze pagina