logo

 Onderzoek         Contact  FAQ

Verslag van het Koolhydratencongres 2017 – dialoog over koolhydraten

Op 28 september spraken negen deskundigen in Utrecht op het Koolhydratencongres 2017. Er waren 7 lezingen en een paneldiscussie. Thema’s waren onder andere (inter)nationale voedingsrichtlijnen, metabole effecten van koolhydraten, praktische richtlijnen en adviezen voor de diëtist.

Hieronder leest u meer over hun bijdrage en de onderlinge discussie.

Prof.dr.ir. Ellen Blaak: Hoeveel koolhydraten moeten we eten?

Bij adviezen over voeding zijn de Richtlijnen goede voeding het uitgangspunt. Voor diabetespatiënten of een voorstadium van diabetes komt daar een advies op maat bij. Volgens Ellen Blaak (vakgroep Humane Biologie, Maastricht University) moeten voedingsadviezen zich niet louter richten op gewichtsverlies. Adviezen over een gezonde leefstijl zijn effectiever.

Prof.dr.ir. Ellen Blaak:
Hoeveel koolhydraten moeten we eten?

Koolhydraten zijn onze belangrijkste energiebron en belangrijkste brandstof voor onder andere de hersenen en het zenuwstelsel. Blaak: ‘Het menselijk lichaam geeft bij de energiebalans, mede door de geringe lichaamsvoorraad, prioriteit aan de stofwisseling van koolhydraten boven vet en dat vraagt om een goede regulatie. Een gestoorde glucosestofwisseling neemt toe met de leeftijd. Hyperglycemie en glycemische variabiliteit staan in verband met obesitas, diabetes mellitus type 2 en hart- en vaatziekten. Obesitas is een wereldwijde epidemie en een belangrijke risicofactor voor deze chronische ziekten.’

5% gewichtsverlies
Circa 5% gewichtsverlies heeft voor mensen met overgewicht gunstige effecten op hun gezondheid. Blaak: ‘Meer afvallen, bijvoorbeeld 15% in plaats van 5%, heeft meer effect maar het risico op terugval is dan ook groter. Circa 80% keert na afvallen terug op het oude te hoge lichaamsgewicht.’ Met een efficiëntere energiehuishouding past het lichaam zich aan bij afvallen. Voor Blaak is dat een van de redenen om te pleiten voor adviezen gericht op een gezonde leefstijl en niet louter op gewichtsreductie. Een combinatie van veranderingen in de voeding en beweging zijn volgens haar het meest effectief. Een in 2017 gepubliceerde meta-analyse laat zien dat een laag vet dieet meer gewichtsverlies oplevert dan een voeding met weinig koolhydraten. De verschillen in lichaamsgewicht zijn klein. Blaak: ‘Deze resultaten zijn vooral een bewijs dat koolhydraten niet dikmakend zijn. Er is geen bewijs dat koolhydraten de trigger zijn voor gewichtstoename.’

SLIM-studie
Blaak maakt deel uit van het onderzoeksteam van de zogenaamde SLIM-studie. Hierin kregen volwassenen met een voorstadium van diabetes eens in de drie maanden een individueel leefstijladvies (over lichamelijke activiteit en goede voeding). De interventiegroep en de controlegroep (die algemene leefstijladviezen kreeg) werden zes jaar gevolgd. Na een jaar was de inneming van totaal en verzadigd vet gedaald en van koolhydraten gestegen en dat bleef gedurende de gehele onderzoeksperiode bestaan. Een belangrijk resultaat van deze studie is dat het aantal mensen dat diabetes kreeg meer dan 40% lager was in de interventiegroep dan in de controlegroep.

Tijdelijke koolhydraatnorm
Blaak presenteerde de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad en de tijdelijke voedingsnorm voor koolhydraten: 40-70 en% koolhydraten. Blaak: ‘Binnen de context van Richtlijnen goede voeding kan een advies op maat effectief zijn voor mensen met een verhoogd risico op type 2 diabetes en cardiometabole complicaties.’

Voor welk theoretisch model over het ontstaan van obesitas bestaat het beste wetenschappelijke bewijs?

Prof.dr.ir. Ellen Blaak: ‘Voor de alternatieve theorie van Ludwig is weinig wetenschappelijk bewijs.’

theoretisch model obesitas

(klik op de afbeelding om te vergroten) 


Bron: Ludwig and Friedman. Increasing Adiposity. Consequence or Cause of Overeating? (2014).

Dr.ir. Caroline van Rossum: Consumptie van koolhydraten in Nederland

Door de Voedselconsumptiepeilingen van het RIVM is bekend wat Nederlanders eten en drinken. Van Rossum ( senior voedingskundige projectleider, RIVM ) beantwoordde in haar presentatie de vragen wie welke koolhydraten, waar en wanneer eet en drinkt, uit welke voedingsmiddelen koolhydraten afkomstig zijn en hoe de consumptie in de loop van de tijd eruitziet.

Dr.ir. Caroline van Rossum:
Consumptie van koolhydraten in Nederland

De gemiddelde procentuele bijdrage van koolhydraten aan de energie-inneming varieert van 43% (70-plus mannen) tot 51% (9-18-jarige kinderen) en valt daarmee binnen de tijdelijke richtlijn van 40-70 energieprocent van de Gezondheidsraad. Circa de helft van de koolhydraten is afkomstig van mono- en disachariden (suikers). De inneming van mono- en disachariden (g/dag) laat bij de Nederlandse bevolking (vanaf 9 jaar) een dalende trend zien met het stijgen van de leeftijd. Van Rossum: ‘De consumptie van niet-alcoholische dranken en de variatie in de bronnen van deze dranken neemt toe met de leeftijd. Bij de 12-18-jarige kinderen bestaat circa 20% van de op school genuttigde dranken uit frisdrank met suiker. Water is op school veruit het populairst.’

Belangrijkste bron
De belangrijkste bron van koolhydraten voor 9-69-jarigen is de groep brood, granen, rijst & pasta (35%), gevolgd door niet-alcoholische dranken (11%) en suiker en snoepgoed (11%). De groepen zuivel en koek & gebak leveren beide gemiddeld 10% van de koolhydraten. Van Rossum: ‘Bijna de helft (48%) van de mono- en disachariden krijgen de 6-69-jarigen binnen via tussendoortjes.’ Voedingsmiddelen die voornamelijk tussendoor worden genuttigd zijn koek & gebak (87%), niet-alcoholische dranken (70%) en fruit, noten & olijven (60%).

Meer uit een voedingsmiddelengroep
Dat volwassenen met een hogere energiebehoefte meer eten en drinken dan kinderen is bekend. Van Rossum: ‘Desondanks consumeren kinderen meer snacks, niet-alcoholische dranken en broodbeleg. Behalve fruit, water, koffie en thee consumeren mannen in het algemeen meer van een voedingsmiddelengroep dan vrouwen. De hogere sociaaleconomische groepen consumeren meer groente, fruit, water, koffie en thee maar minder aardappelen, rijst en niet-alcoholische dranken dan de groepen uit de lage sociaaleconomische klassen.’

‘Cliffhanger’
Van Rossum: ‘In de periode 1987-2010 is de gemiddelde inneming van mono- en disachariden globaal hetzelfde gebleven. Uit de vergelijking (van 9-69-jarigen) van de VCP 2012-2014 met die van 2007-2010 blijkt dat de consumptie van aardappelen, zuivelproducten, koek & gebak met meer dan 5% is gedaald en van niet-alcoholische dranken met meer dan 5% is gestegen.’ Wat deze trends betekenen voor de inneming van koolhydraten is onbekend en van Rossum noemde dit een ‘cliffhanger’ waarop volgend jaar het antwoord komt.

Realisatie richtlijnen

In de praktijk van alledag is het lastig om aan de Richtlijnen goede voeding te voldoen. Van Rossum: ‘Van de volwassenen consumeert 14% de aanbevolen hoeveelheid van 200 gram fruit per dag. Voor groente is dat 15%. De dagelijkse consumptie van minimaal 90 gram bruin/volkorenbrood of andere volkorenproducten realiseert 46% van de Nederlandse volwassenen.’

gebruik inname vezel

Dr.ir. Caroline van Rossum van het RIVM: ‘Vrijwel de hele bevolking zit onder de aanbeveling.’
Bron: VCP 2007-2010. Beukers et al. Memo 2016.

Prof.dr.ir. Gertjan Schaafsma: Metabole effecten van koolhydraten

De hoeveelheid koolhydraten bij diabetes staat volop in de belangstelling van patiënt en diëtist. In hoeverre kan iemand een (extreme) koolhydraatbeperking probleemloos doorvoeren? Om daar meer zicht op te krijgen heeft Schaafsma (emeritus hoogleraar Voeding en Levensmiddelen Wageningen University) de metabole effecten van koolhydraten onder de loep genomen en komt hij op basis daarvan met aanbevelingen.

Prof.dr.ir. Gertjan Schaafsma:
Metabole effecten van koolhydraten

Bij gezonde mensen die lichamelijk actief zijn, is de stofwisseling volgens Schaafsma voldoende flexibel om de maaltijden goed te verwerken. Bij mensen met diabetes is dat voor koolhydraten niet altijd het geval en dat vraagt om aanpassing van de leefstijl: voeding, lichamelijke activiteit en afvallen. Maar hoe ver moeten personen met diabetes en de adviserende diëtist daarin gaan?

Ketogene voeding
Bij minder dan 10 energieprocent koolhydraten (< 50 gram/dag) is volgens Schaafsma, in navolging van de publicatie van Feinman en collega’s, sprake van een zeer laagkoolhydraat dieet dat ketogeen is. De lever gebruikt dan vetzuren om ketonlichamen te maken die een vervanging zijn van glucose als brandstof voor de hersenen. Schaafsma: ‘De metabole veranderingen van vasten komen sterk overeen met die van een ketogene voeding die doorgaans veel vet bevat.’ Vasten betekent dat het lichaam een bepaalde tijd geen energie via de voeding krijgt. Schaafsma: ‘Bij vasten daalt het glucosegehalte van het bloed evenals de verhouding insuline/glucagon. Na een aantal uren vasten komt de endogene productie van glucose uit de aminozuren alanine en glutamine op gang. Om de spieren te sparen gaat na enige tijd de lever daarvoor lactaat gebruiken. Tegelijkertijd worden vrije vetzuren omgezet in ketonlichamen. Een ketogene voeding kent voordelen zoals snel gewichtsverlies, een beter lipidenprofiel en verbeterde glucosecontrole bij mensen met diabetes maar er zijn ook mogelijke risico’s aan verbonden: vooral nierschade door de zuurbelasting en een onevenwichtige voeding. De langetermijneffecten van een ketogene voeding zijn onzeker.’ Vandaar dat Schaafsma geen voorstander is om een ketogene voeding langer dan zes weken vol te houden.

Gunstig bij diabetes type 2
Schaafsma: ‘Ook een voeding laag in koolhydraten (< 40 energieprocent) en hoog in eiwit (25-35 energieprocent) heeft gunstige effecten op mensen met diabetes type 2: afvallen, een betere glucosecontrole en verbeterde bloedlipiden. Dit eiwitrijke afvaldieet, dat niet-ketogeen is, levert meer verlies aan vetmassa op en spaart de vetvrije massa beter dan een koolhydraatrijk dieet.’

Aanbevolen hoeveelheid koolhydraten
Op basis van de metabole effecten komt Schaafsma met aanbevolen hoeveelheden koolhydraten. Hij maakt daarbij onderscheid tussen 1) zieke mensen (diabetes type 1 en 2, metabool syndroom en overgewicht), 2) gezonde actieve personen en 3) duur- en topsporters. Zijn persoonlijke koolhydraataanbevelingen voor deze groepen zijn achtereenvolgens minder dan 40 energieprocent, tussen de 40 en 60 energieprocent en tussen de 50 en 70 energieprocent. Schaafsma voegt daaraan toe: ‘Voor gezonde mensen is een ketogene voeding niet nodig en voor duursporters raad ik het af.’

‘Het draait allemaal om energie-overdracht’

Prof.dr.ir. Gertjan Schaafsma: ‘De hele dag zitten is het nieuwe roken en lichamelijke inspanning werkt als een medicijn.’ Bij sport draait het volgens Schaafsma allemaal om energie-overdracht. De ATP-voorraad is snel leeg, dan volgt de koolhydraatsplitsing waarbij melkzuur ontstaat en komt de verbranding van koolhydraten en vetzuren op gang. ‘Hoe beter het lichaam tot dit laatste in staat is, hoe langer iemand het sporten kan volhouden. Wel vraagt de verbranding van vetzuren vergeleken met koolhydraten 10% meer zuurstof. Wanneer zuurstof de beperkende factor is voor de inspanning zijn koolhydraten beter voor de prestaties. De zogenaamde man met de hamer is in feite een tot nul gedaalde glycogeenvoorraad in de spieren. Om dat tegen te gaan consumeren duursporters koolhydraten tijdens de inspanning.’ Schaafsma is geen voorstander van een voeding met weinig koolhydraten die ketogeen is omdat de zuurstofbehoefte van het lichaam dan hoger is en de prestaties afnemen.

Dr. Jan-Willem van Dijk: Fysieke inspanning en diabetes type 2

Een hoge bloedglucosespiegel die bij diabetespatiënten optreedt, vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Van Dijk (onderzoeker Lectoraat Voeding en Sport, Hogeschool Arnhem en Nijmegen) liet overtuigend zien dat lichaamsbeweging een gunstig effect heeft op bloedglucosespiegels. Ook wees hij de weg hoe dat gemakkelijk in praktijk kan worden gebracht.

Dr. Jan-Willem van Dijk:
Fysieke inspanning en diabetes type 2

Diabetes type 2 ontstaat door erfelijke aanleg en westerse leefstijl met te veel energie in de voeding en te weinig bewegen. Van Dijk: ‘The genes load the gun, but the environment pulls the trigger.’ Diabetes type 2 kenmerkt zich door een insulineresistente spiercel en lagere afgifte van insuline door de alvleesklier. Van Dijk: ‘Bij spiercellen die ongevoeliger zijn voor insuline werkt de insulinesignalering in de spiercel minder goed, waardoor de spiercel minder effectief glucose kan opnemen uit het bloed.’ Onbehandelde en langdurige diabetes verhoogt het risico op slechtziendheid, aandoening van zenuwen, beroerte, hart- en vaatziekten en nierziekte. Dus het is van belang daar iets aan te doen.

Hyperglycemie
Fysieke inspanning is gunstig voor de regulatie van de glucosestofwisseling. Van Dijk: ‘Het gemiddelde bloedglucosegehalte is lager en er treedt ook minder hyperglycemie op. Bij patiënten met diabetes type 2 komt hyperglycemie veelvuldig voor na een maaltijd en dat is ongunstig voor hun gezondheid. Lichamelijke inspanning gaat dit tegen. Door het samentrekken van spieren krijgen de spiercellen het signaal om glucose op te nemen.’ Op de vraag van dagvoorzitter prof.dr.ir. Frans Kok wie van de diëtisten ook advies geeft over lichamelijke activiteit, stak meer dan de helft de hand op.

Lunchwandeling
Volgens Van Dijk zijn de spieren 24-48 uur na lichamelijke inspanning gevoeliger voor insuline. Maar geldt dat voor alle lichamelijke activiteit zoals duur- en krachtinspanning? Van Dijk: ‘Beide zijn effectief om de bloedglucosespiegels te verbeteren. Fysieke inspanning hoeft niet per se intensief te zijn om de bloedglucose te verbeteren. Zelfs activiteiten van het dagelijks leven zijn effectief om de bloedglucosepieken na een maaltijd te verlagen. Het volume van de inspanning is belangrijk en dat bestaat uit duur vermenigvuldigd met de intensiteit en frequentie: bijvoorbeeld het volume van 2 uur 9 km/uur hardlopen is hetzelfde als 4 uur 4,5 km/uur wandelen.’ Maar zelfs een klein beetje fysieke inspanning heeft al gunstige effecten. Een lunchwandeling van bijvoorbeeld een kwartier is volgens Van Dijk een heel goede manier om de glucosepiek te dempen. Van Dijk sloot af met de boodschap: ‘To improve glycemic control by physical activity, more is likely better than a little, and a little is better than nothing’.

Lichte lichamelijke activiteit is gunstig voor glucosepieken na een maaltijd

 

sport en bewegen

Dr. Jan-Willem van Dijk: ‘Na de maaltijd is een strategisch moment op de dag om lichamelijk actief te zijn.’

Dr. Rik Heijligenberg: Behandelaars en diabetespatiënt op zoek naar individuele balans

Iemand met diabetes moet een goede (individuele) balans vinden tussen zaken als voeding, inspanning en medicatie. Heijligenberg (Internist-endocrinoloog Ziekenhuis Gelderse Vallei) past de behandeldoelen aan op wat de patiënt wil en kan. Belangrijke doelen zijn voor hem: Een zo normaal mogelijk leven voor de patiënt zonder orgaanschade.

Dr. Rik Heijligenberg:
Behandelaars en diabetespatiënt op zoek naar individuele balans

Bij diabetes is het glucosemetabolisme ontregeld door diverse risicofactoren, waaronder lichamelijke inactiviteit. Heijligenberg: ‘Bij een behandeling van een diabetespatiënt is een zo normaal mogelijk leven het uitgangspunt. Maar bij diabetes type 1 kan de behandeling niet zonder gebruik te maken van insuline. Voor alle diabetespatiënten moet er een (individuele) balans gevonden worden tussen voeding, inspanning, insuline et cetera en dat is best lastig. Beperking van gezondheidsschade staat dan weleens op gespannen voet met een normaal en ambitieus leven.’ Een goede voeding is onderdeel van de behandeling en daarbij is het ook van belang om naar de consumptie van koolhydraten te kijken. Volgens Heijligenberg komt diabetes niet door suiker in de voeding maar wel door suiker in het lijf: een ontregeld glucosemetabolisme.

Microvasculaire complicaties
Bij diabetes type 1 kunnen na jaren microvasculaire complicaties optreden vooral in de ogen, nieren en de uiteinden van de zenuwen. Heijligenberg: ‘Het functieverlies van deze weefsels treedt op in de kleine bloedvaten en dan vooral in weefsels die relatief veel energie gebruiken.’ Circa 10% van de diabetespatiënten heeft type 1. Deze patiënten hebben een absoluut tekort aan insuline doordat de alvleesklier niet meer in staat is insuline aan te maken. Diabetes type 2 ontstaat door ongevoeligheid voor de werking van insuline en door een verlaagde insulineproductie. Beide oorzaken van diabetes type 2 nemen toe met het stijgen van de leeftijd. Ook bij diabetes type 2 kunnen microvasculaire complicaties optreden.

Op zoek naar de balans
Heijligenberg: ‘Bij de behandeling van diabetes moet er een balans gevonden worden tussen enerzijds het voorkomen van een hypo met een risico op een coma en anderzijds het voorkomen van te hoge glucosespiegels met ellende na een aantal jaren. Veel mensen denken onterecht dat er een soort knop is waar je aan kunt draaien.’ Aan de hand van een 35-jarige docente verpleegkunde met diabetes type 1 met meerdere hypo’s in de week ging Heijligenberg in op de behandeling. De casus was zo lastig dat Heijligenberg de hulp van de diëtisten in de zaal nodig had om tot een goed behandelplan te komen.

Lastige momenten

Heijligenberg: ‘In het voorjaar was ik met een vrouwelijke diabetespatiënt van mij op een congres en we zaten bij het diner aan tafel bij de directeur van een bedrijf dat automatische insulinepompen verkoopt. Ik vroeg aan haar: ‘Hoe schat jij nu in hoeveel koolhydraten er in deze broccolisoep zitten en hoeveel insuline ga je nu toedienen? Zij antwoordde met ‘Ik heb werkelijk geen idee, ik gok altijd maar wat. De directeur viel bijna van zijn stoel af toen hij dat hoorde en verwoordde zijn verbazing met: ‘Je hebt voor duizenden euro’s elektronische apparatuur aan je lijf hangen en het lukt je niet om in te schatten hoeveel koolhydraten in deze soep zitten.’ De patiënte antwoordde met: ‘Wanneer ik de maaltijd zelf klaar maak dan gaat het inschatten prima maar bij deze soep waar ingrediënten als room en maïzena in kunnen zitten heb ik geen idee.’ Volgens Heijligenberg zijn vooral vakanties lastige perioden voor diabetespatiënten om het bloedglucosegehalte goed te reguleren door het ontbreken van regelmaat en structuur van de thuissituatie.

Mariëlle van Veen: Wie en wanneer adviseer je wat?

Bij het adviseren over koolhydraten (aan patiënten met diabetes) staan de richtlijnen van de Gezondheidsraad en van de Nederlandse Diabetes Federatie centraal. Voor Van Veen (diëtist diabeteszorg, LUMC) zijn voedingsadviezen individueel maatwerk afkomstig van professionals die kennis van zaken hebben en in een multidisciplinair team samenwerken.

Mariëlle van Veen:
Wie en wanneer adviseer je wat?

De praktijk van mensen met hoge bloedglucosewaarden, hoge dosering medicatie en overgewicht is volgens Van Veen weerbarstig. Zij maakt bij de adviezen onderscheid tussen gezonde mensen, mensen met overgewicht, mensen met diabetes en mensen met diabetes en overgewicht. Van Veen: ‘Voor gezonde mensen gelden de Richtlijnen goede voeding en zij behoeven niet op de hoeveelheid koolhydraten te letten maar wel op suikerhoudende dranken. Voor mensen met diabetes dient de hoeveelheid koolhydraten ook niet per definitie te worden beperkt. Volgens de voedingsrichtlijn van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) kunnen verschillende voedingspatronen, waaronder een gematigd koolhydraatbeperkt voedingspatroon, het uitgangspunt zijn. Deze koolhydraatbeperking is individueel maatwerk mede op basis van de gebruikte medicatie en de activiteiten in het dagelijks leven. Bij de individuele advisering krijgen de cliënten informatie over de vaststaande feiten over gezonde voeding en de verschillende mogelijkheden, om vervolgens samen te kijken wat haalbaar is. Te verwachten gunstige effecten zijn dan: verbetering van de glucoseregulatie, minder medicijngebruik, een beter lipidenprofiel en afvallen. Maar een sterke koolhydraatbeperking is niet voor iedereen haalbaar en niet iedereen heeft er baat bij.’

Voedingsrichtlijn NDF
Volgens de (NDF) voedingsrichtlijn diabetes 2015 zouden mensen met diabetes het gebruik van geraffineerde zetmeelproducten en van producten met veel vrije suikers, zoals suikerhoudende dranken, moeten beperken. De optimale hoeveelheid koolhydraten voor deze patiënten is echter onbekend. Voor mensen met zowel diabetes als overgewicht is ook niet duidelijk wat de optimale verhouding in de macrovoedingsstoffen is. In de NDF-Voedingsrichtlijn gaat de voorkeur uit naar een koolhydraatbeperking boven een vetbeperking, daarbij zijn diverse voedingspatronen mogelijk.

Matige, sterke en zeer sterke koolhydraatbeperking
Matige koolhydraatbeperking komt overeen met maximaal 40 energieprocent koolhydraten, sterke koolhydraatbeperking met minder dan 26 energieprocent en zeer sterke koolhydraatbeperking met minder dan 10 energieprocent. Van Veen gaf inzicht in de producten, zoals frisdranken, vla en koek, die in aanmerking komen om te beperken bij een matige koolhydraatbeperking en welke alternatieven daarvoor in de plaats kunnen komen: bijvoorbeeld water, kwark en een handje noten. Bij sterke koolhydraatbeperking moeten ook producten met complexe koolhydraten, zoals brood, aardappelen en peulvruchten worden vermeden.’ Om te laten zien wat dat betekent voor de praktijk presenteerde Van Veen twee dagmenu’s met een zeer sterke koolhydraatbeperking.

Structurele veranderingen
Bij dieetadvisering gaat het uiteindelijk om structurele veranderingen in het eet- en beweeggedrag. Om dat te bereiken pleit Van Veen voor goede onderlinge afspraken, samenwerking en communicatie. Dit zijn belangrijke pijlers van de multidisciplinaire behandeling bij diabetes. Bij de advisering speelt ook de vraag naar de haalbaarheid een belangrijke rol. Van Veen: ‘Wanneer een patiënt per se één keer per week aardappelen wil eten kun je daar maar beter rekening mee houden: de patiënt kan het voedingsadvies dan beter volhouden.’

Koolhydraten zijn ‘hot’

Mariëlle van Veen: ‘Getuige de vele websites en kookboeken zijn koolhydraten ‘hot’. Dat begon al met de brief over zwaarlijvigheid van William Banting uit 1863. Deze begrafenisondernemer in Londen viel zelf 22 kilogram af op een koolhydraatarm dieet. Van Veen: ‘Van het boek ‘Atkins voor beginners – Het dieet dat geen hongergevoel geeft en echt werkt’ zijn miljoenen exemplaren verkocht. Maar van de opmerking dat overal suiker in zit krijg ik jeuk. Op internet lees je de fabel dat er in een fles ketchup 45 suikerklontjes zitten, maar feit is dat er een fles ketchup van 400 ml 18 suikerklontje bevat. Een eetlepel ketchup bevat 3 gram suiker wat laat zien dat in een normale portie ketchup niet zo gek veel suiker zit.’

Matthijs Fleurke, MSc: Voedingshypes in onze gevoelssamenleving

Het is in ons dagelijks leven inmiddels tamelijk vanzelfsprekend om bij het maken van keuzes je gevoel te laten spreken. Dat verklaart in ieder geval een deel van het succes van voedingshypes, zegt socioloog Matthijs Fleurke. De diëtist kan gebruik maken van die hypes.

Matthijs Fleurke, MSc:
Voedingshypes in onze gevoelssamenleving

‘Ik heb het idee dat de mensen niet goed meer weten wat ‘normaal’ eten is’, aldus socioloog Matthijs Fleurke (lectoraat Mantelzorg, Voeding en Diëtetiek, de Haagse Hogeschool). ‘De samenleving is ingewikkelder geworden. Vroeger was het algemene voedingsadvies ‘eet alles met mate’, nu is ‘van alles een beetje eten’ iets heel anders.’ Hij benadrukt dat mensen zijn veroordeeld om uit de vele mogelijkheden zelf belangrijke keuzes te maken. Keuzes waarmee iemand z’n eigen levensverhaal bepaalt.

Knellende banden
Wat hebben die ontwikkelingen met hypes en diëtetiek te maken? Fleurke: ‘Religie, tradities en lokale gewoontes waren in het verleden een belangrijke leidraad. Is door onze huidige manier van leven daar meer vrijheid voor in de plaats gekomen?’ Ja, constateert hij. ‘Knellende banden zijn verdwenen, maar anderzijds moeten we nu veel keuzes maken.’ We zijn veroordeeld tot individualisering. ‘Heb je overgewicht? Dat heeft te maken met je keuzes. Welke producten kies je? De banaan met of zonder logo, is die fairtrade-aanduiding op de verpakking correct? Ethische aspecten rondom voeding spelen een rol.

Wantrouwen gevoed
Fleurke vergelijkt de situatie met de keuzes die je voortdurend moet maken als je in de supermarkt loopt. Steeds weer kiezen is ook aan de orde in de huidige samenleving. ‘Wat moet je doen als je het ‘gezondheidsschap’ raadpleegt, het ‘diëtistenschap’ of de informatie die ‘Green Happiness’ biedt?’ Lastig vindt hij, omdat er steeds minder hulp is. ‘Daar komt nog bij dat wetenschappers en experts zoals de diëtist, in de media verschillende meningen verkondigen.’ Hij noemt de rol van de wetenschappers. ‘Zij gaan er vanuit ‘we hebben alles gecheckt, het is goed’. Terwijl de consument vindt: als er zoveel gecheckt moet worden, dan zal het wel gevaarlijk zijn. Er wordt steeds meer informatie geboden, maar dit voedt het wantrouwen. Er ontstaat angst en onzekerheid.’

Gevoelssamenleving
Het is in onze samenleving inmiddels tamelijk vanzelfsprekend om bij het maken van keuzes je gevoel te laten spreken. Dat verklaart in ieder geval een deel van het succes van voedingshypes. Harde feiten negeren? Geloven wat je het beste uitkomt? Professionals hebben voor een deel van de gezondheidsproblemen van de consument niet een passende (aangename) oplossing. Voedingshypes bieden in ieder geval vaak hoop. Fleurke: ‘Mensen die hypes volgen hebben de diëtist eigenlijk niet nodig. Het speelt zich af op een ander niveau, in ieder geval niet in de spreekkamer. Ik zie hypes als een manier om keuzedrang te hanteren. Het is ook een manier om je gevoel de ruimte te geven. Voedingshypes zijn wezensvreemd aan de diëtetiek. Hypes en diëtisten hebben wel gemeen dat ze gezondheid belangrijk vinden.’

Complex
Het is complex constateert dagvoorzitter Frans Kok. ‘Hypes staan eigenlijk al met 3-0 voor. Het is een kwestie van heel lange adem om een en ander in balans te brengen.’ In ieder geval moet de diëtist niet chagrijnig worden. Fleurke pleit voor een gezamenlijke oplossing. ‘Probeer in programma’s zoals bijvoorbeeld DWDD en RTL Late Night voedingshypes aan de orde te stellen. Toon respect voor elkaar en ga samen de discussie aan.’ Kortom, de diëtist kan ook gebruik maken van hypes. Wellicht een aanpak waarmee de Nederlandse Vereniging van Diëtisten en de Diëtisten Coöperatie Nederland aan de slag gaan?

Paneldiscussie: Deskundigen aan het woord

Heel weinig koolhydraten eten: wel of niet gezondheidsschade? De diëtist die gunstige resultaten boekt met een koolhydraatarm voedingsadvies maar de internist die dergelijke geweldige resultaten in z’n dagelijkse werk bij lang niet iedereen ziet? Jongeren die door onze leefomgeving worden verleid tot overeten? Lees de highlights naar aanleiding van de paneldiscussie.

De deskundigen uit de paneldiscussie zijn:

  • Prof.dr.ir. Gertjan Schaafsma, emeritus hoogleraar Voeding en Levensmiddelen, Wageningen University
  • Dr. Rik Heijligenberg, internist-endocrinoloog, Ziekenhuis Gelderse Vallei
  • Harriët Verkoelen, diëtist, diabetesverpleegkundige
  • Paul van der Velpen, oud-directeur GGD Amsterdam
  • Dr. Jan-Willem van Dijk, onderzoeker Lectoraat Voeding en Sport, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

 

‘Een waarheid als een bruine boterham’
‘Ik vind dat je brood als koolhydraatbron wel kan missen’, reageert Verkoelen naar aanleiding van de stelling: Koolhydraten zijn broodnodig. Ze is bij de behandeling van patiënten met overgewicht een fervent voorstander van het koolhydraatarm dieet. ‘Bij mensen met overgewicht is het beter de energie uit het lichaamsvet te halen.’ Schaafsma zegt: ‘Als je kijkt naar de praktijk, dan is brood wel een belangrijke leverancier van nutriënten. Denk bijvoorbeeld aan jodium. Het advies van de Gezondheidsraad luidt: tenminste 90 gram bruin/volkoren of andere volkorenproducten per dag.’ Verkoelen: ‘Nutriënten als jodium zitten ook in Jozo-zout, zeevis, zeewier en eieren.’ Koolhydraten leveren energie. We kunnen niet zonder, aldus Heijligenberg. ‘Als je kijkt naar de situatie wereldwijd, dan is dat een waarheid als een bruine boterham.’ Als gemiddelde Nederlander vind ik zo’n discussie over wel of niet brood, wel of niet koolhydraten een wat onzinnige discussie tussen deskundologen, constateert Van der Velpen. ‘We moeten breder kijken, het gaat om een politieke discussie. Het komt er op neer dat mensen veel te veel eten. Er worden door de industrie te veel onnodige producten op de markt gezet. Dat vraagt om extra overheidsmaatregelen. De industrie zal niet zelf minder ongezonde producten produceren.’

Ernstige gezondheidsschade
Heel weinig koolhydraten leidt op termijn tot ernstige gezondheidsschade. Ja of nee? Van Dijk: ‘Het is best mogelijk voor bepaalde mensen om weinig koolhydraten te eten. Het hoeft niet per se tot gezondheidsschade te leiden. 99% van de bevolking is sowieso niet gemotiveerd om een geringe hoeveelheid koolhydraten voor lange tijd vol te houden.’ Heijligenberg waarschuwt dat je wel moet weten wat je doet. ‘Alles wat buiten de bandbreedte van het Voedingscentrum valt, is lastig. Heel weinig koolhydraten…, dit soort extreme adviezen zorgen op termijn voor gezondheidsschade.’ Kies de boodschap ‘houd je aan de Richtlijnen goede voeding’ adviseert Van der Velpen. ‘Dat is het maximaal haalbare.’

‘Die geweldige resultaten zie ik niet’
‘Ik boek veel resultaat met het advies om bij diabetes type 2 koolhydraatarm te eten. In mijn praktijk wordt 80% van de patiënten insulinevrij’, zegt Verkoelen als reactie op de stelling: Diabetes type 2 is te genezen met weinig koolhydraten. Haar advies (bij insulineresistentie): beperk de hoeveelheid koolhydraten bij de patiënt met overgewicht die niet overmatig eet. ‘Daarmee zijn bijna alle metabole afwijkingen te herstellen, denk aan bloedsuikers, bloeddruk en cholesterol. Met goede begeleiding lukt dit meestal goed. Doordat men afvalt wordt de oorzaak aangepakt in plaats van met steeds meer, meestal dikmakende medicatie, aan symptoombestrijding te doen. Patiënten voelen zich toenemend beroerd en hebben er veel voor over om zich beter te voelen en minder medicatie te kunnen gebruiken. Die optie moeten patiënten aangereikt krijgen. Als we dit dieet consequenter zouden doorvoeren, zoals we bijvoorbeeld ook bij een lactose-intolerantie doen, is 70 miljoen per jaar aan medicijnen te besparen.’ Heijligenberg: ‘Die geweldige resultaten bij een koolhydraatbeperkt advies zie ik in m’n dagelijkse werk lang niet bij iedereen. Alleen mensen die heel gemotiveerd zijn, houden het vol. Die 80% van mevrouw Verkoelen is heel bijzonder. Patiënten vallen terug. Hoe is de situatie na een paar jaar?’ Het zijn vaak achterhoedegevechten constateert hij. Fundamentele aanpak: geef algemene leefregels, kies in extreme gevallen voor een laag koolhydraatdieet en bied medicinale hulp.

De nieuwe generatie verleiden
‘Kijk op een schaphoogte van 1 meter in de supermarkt’, adviseerde Van der Velpen de congresdeelnemers naar aanleiding van de stelling: Marketing voor ongezonde producten moet wettelijk worden verboden bij kinderen tot 16 jaar. ‘En zie dat de producten die daar staan vele malen zoeter zijn, en leukere verpakkingen hebben dan op andere plaatsen. Zo verleiden we de nieuwe generatie. Daarom verbieden we in de metro in Amsterdam sinds kort reclame voor ongezonde producten die is bedoeld voor kinderen.’ Maar zegt een congresdeelnemer: ‘Waarom tot 16 jaar en niet voor de gehele bevolking? Minder reclame leidt ongetwijfeld tot minder vraag naar dergelijke producten.’ Betuttelend? Niks geen betutteling vindt Van der Velpen. ‘Het is een vorm van gezondheidsbescherming.’

Bloggers en vloggers
Uit de zaal wordt de suggestie gedaan de aanpak te verbreden. ‘Breid het uit naar de beïnvloeding via bloggers, vloggers en sportclubs.’ De voetbalclub draait op de inkomsten uit de patat, de sportkantine is soms een halve snackbar merkt Heijligenberg op. ‘Het komt er op neer dat voor de jonge generatie de pijlers van gezond eten duidelijker moeten zijn. Daar moeten we hard aan werken.’ Van der Velpen: ‘Als je de ‘sprinkhanenplaag’ scholieren de supermarkt ziet binnenstormen – richting croissants en donuts – dan vraag ik me af ‘hoe krijgen we dat voor elkaar? Wie krijgen we in de voedingsmiddelensector mee om een bijdrage te leveren aan een gezonde omgeving? Mij gaat het om preventie, hoe voorkomen we dat mensen te veel, en ongezond gaan eten. Hoe voorkomen we dat ze klachten krijgen.’

Grote onduidelijkheid
Van Dijk staat volledig achter de stelling: Verwerking van grote hoeveelheden koolhydraten is geen enkel probleem als je voldoende sport en beweegt. ‘In mijn ogen is dat echt geen probleem.’ Maar zegt Heijligenberg: ‘Als we die bewering ophangen in de wachtkamer, dan is er grote onduidelijkheid over het begrip ‘voldoende’. Dat weten patiënten niet, dus moet je zoiets in ieder geval specificeren.’

 

 

Nieuwsbrief: suiker in perspectief

suikerinperspectief40

De tweede editie nummer 40 van Suiker in Perspectief besteedt veel aandacht aan het Koolhydratencongres dat op 28 september 2017 in Utrecht is gehouden. ‘Dialoog over koolhydraten’: een ochtend- en middagprogramma met 7 sprekers en een paneldiscussie. U leest een kort verslag van alle programmaonderdelen, met de mogelijkheid om steeds door te klikken naar de website van Kenniscentrum suiker & voeding voor de ’longread’. Lees ook de interviews met prof.dr. Rob Markus – bijzonder hoogleraar Neuropsychologie (Maastricht University) - die antwoordt op de vraag of koolhydraten stress kunnen verminderen, en met onderzoeker Dianne van Dam. Thema: huisartsen en geneeskundestudenten die meer willen weten over gezonde voeding  en leefstijl.

Nieuwe Infokicks: informatieve filmpjes over suiker

Maakt suiker nu dik of niet? Is suiker verslavend? En waarom zit er eigenlijk suiker in voedingsmiddelen? Om uitleg en antwoord te geven op dergelijke vragen heeft Kenniscentrum suiker & voeding in samenwerking met wetenschappers op dit gebied een vijftal informatieve filmpjes gemaakt.

Bekijk alle infokicks

Informatiemap

informatiemapBent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar een update van (delen van) de inhoud.

Vraag gratis aan

deel deze pagina